Een nieuw jaar vraagt om goede voornemens, naar het schijnt. Maar het enige concrete voornemen dat hier genomen werd is voortaan zelf yoghurt maken. Heel basic en wellicht een langer leven beschoren dan de meeste voornemens die soms zelfs de maand januari niet overleven.
Sinds vorig jaar zocht ik naar een mooi, niet al te groot, tweedehands yoghurtmachientje en eind december bracht de postbode een heerlijk ouderwetse doos. De foto’s op die doos zouden niet misstaan in mijn moeders gedateerde versie van het kookboek van ‘den boerinnekesbond’. Op rommelmarkten vind je die zeker nog terug. En ja, ook het toestel is echt seventies, maar toch ongebruikt. Zonde eigenlijk, zo’n schoon en handig ding.
Maar hier zal het niet in de kast of op zolder staan verstoffen. De volle en halfvolle yoghurt is al unaniem goedgekeurd, binnenkort probeer ik eens frivolere soorten met vanille, chocolade of diksap. Voortaan begint Finn de dag niet met een beker melk, maar met een potje yoghurt. Geef hem eens ongelijk?
De prijs voor meest esthetisch ontwerp zal de nieuwe goodbyn bynto niet winnen, daarom heb ik ook lang getwijfeld over deze aankoop. Maar zijn gebruiksvriendelijkheid wist me toch te overtuigen. Toen de kinderen eind juni thuiskwamen met een superrapport leek me dat dan ook de ideale gelegenheid en werd de bestelling bij Kudzu [een aanrader] geplaatst. Luttele dagen later bracht de postbode een verrassingspakket voor onze drie oudsten. Er werd wat gepalaverd over de kleuren [rood, paars en donkerblauw], maar ze kwamen tot een consensus en de bijgeleverde stickers werden gretig gebruikt om hem te versieren.
Waar heb ik het in godsnaam over, hoor ik jullie al denken. Wel, de goodbyn bynto is een brooddoos met 3 handige, apart afsluitbare vakken. Gedaan met roze boterhammen als er wat aardbeitjes als extraatje in de brooddoos zitten. Vanaf september wordt het vullen een feest en staan rauwe groenten, nootjes en gedroogde vruchten standaard op het middagmenu.
Verlangen we al weer naar school? Bijlange niet. De brooddoos wordt nu gebruikt als we picknicken in de tuin of met de fiets naar de speeltuin gaan. Het mag wat ons betreft dus nog lang zomeren.
Wat deden we zelf op reis toen de regenbuien ons verhinderden om buiten te komen? Spelen met de kinderen, koken, bakken en lezen natuurlijk. Er lag bovendien een hele stapel oude tijdschriften in het vakantiehuis, leuk ter afwisseling.
In één van die gedateerde weekend knacks [januari 2010!] stond een interessant artikel over hoe moeilijk het is om dagelijks de juiste ecologische keuzes te maken. Velen vinden het milieu belangrijk en willen wel groen(er) leven, maar hun gedrag sluit vaak niet aan bij die attitude. In hun consumptiegedrag handelen mensen vaak op automatische piloot en daar wringt het schoentje. Nieuwe, duurzame routines ontwikkelen vraagt meer tijd en energie dan de meeste mensen bereid zijn te investeren. Nochtans hoeft het niet altijd moeilijk te zijn, vind ik. Daarom enkele eenvoudige tips, die in veel gevallen niet enkel de planeet, maar ook je portemonnee blij zullen maken:
Koop seizoensgebonden, lokaal geproduceerd voedsel. Lekkerder, gezonder en goedkoper. Een handige kalender vind je op de site van Velt.
Drink kraantjeswater, vul een drinkbeker als je op stap gaat en probeer zoveel mogelijk plastic flessen te vermijden.
Neem een stevige stoffen zak mee als je gaat shoppen, zo kan je wat vaker nee zeggen tegen al die zakjes die soms thuis rechtstreeks in de vuilnisbak belanden.
Probeer immuun te zijn voor allerlei reclames die nieuwe, onnodige behoeftes creëren. Vraag je eerst af of je het echt nodig hebt. Dit is zonder twijfel de moeilijkste tip om na te leven. Ook ondergetekende moet hier vaak schuldig pleiten.
Gebruik natuurlijke verzorgingsproducten als je op veilig wil spelen, maar wees beducht voor producenten die op de ecotoer gaan omdat het zogezegd ‘in’ is en hier gewoon een graantje van willen meepikken.Ga niet af op reclame of het label ‘natuurlijk’, maar ontcijfer zelf de ingrediëntenlijst. Een verhelderend artikel vind je bij greenbliss. Kijk ook eens naar the story of cosmetics. Mijn favoriet blijft Weleda, zowel voor mezelf als voor de kinderen. Misschien niet goedkoop, maar toch betaalbaar als je er zuinig mee omspringt.
Gebruik ook voor je gezicht een washandje of maak zelf of koop stoffen wattenschijfjes, even doeltreffend, goedkoper én herbruikbaar.
Koop zo weinig mogelijk schoonmaakproducten. Azijn, soda, een ecologische allesreiniger en wat microvezeldoekjes, meer heb je eigenlijk niet nodig.
Zet restjes in een kom met een schoteltje op in de koelkast. Veel folie is totaal overbodig. Gebruik liever potjes en herbruikbare zakjes dan aluminiumfolie.
Ga naar de bib of leen boeken bij vrienden. Koop alleen wat je echt wil hebben [een kookboek bijvoorbeeld] en breng oude boeken naar de Oxfam boekenwinkel, zo krijgen ze nog een tweede of derde leven.
Koop koekjes die niet individueel verpakt zijn en geef ze mee in een koekendoosje of een herbruikbaar zakje. Duurzaam hoeft niet saai te zijn, doe je kind een hippe brooddoos van Goodbyn cadeau [maar daarover later meer].
Koop met een langetermijnvisie. Zorg dat er genoeg ‘droge voeding’ in de voorraadkast of kelder ligt zodat je niet voor ieder gerecht naar de winkel moet rijden. Koop bovendien verstandig: probeer in te schatten wat je werkelijk nodig hebt, zodat je nadien niet de helft ongebruikt moet weggooien. Wees creatief, maak regelmatig iets met wat nog in de koelkast ligt of las af en toe een kliekjesdag in.
Vat milieutips niet op als een terechtwijzing, maar als een kans om bij te leren en het met een minimum aan moeite groener te doen. Denk niet dat het toch niet uitmaakt wat jij als individu doet. Alle beetjes helpen en je voorbeeld kan anderen inspireren.
En nee, herbruikbare luiers en vegetarische maaltijden staan niet in het lijstje. Ze zijn iets minder vrijblijvend en trouwe lezers kenden deze tips natuurlijk al.
Nu de herfst zich in al haar prachtige kleuren toont en ons houtkacheltje ‘s avonds gezellig brandt, wordt het tijd om ons voor te bereiden op de koude wintermaanden en wordt het tijd voor wol. Ik hou van wol. De postbode bracht Finse wol om voor Finn – hoe toepasselijk – wat truitjes te breien. Wol die geurt naar schaap, heerlijk vind ik dat. Niets synthetisch, niets 50% wol en dan nog wat anders, nee, echte wol, in de kleuren van het schaap: lichtbruin, middenbruin en donkerbruin. Als ik ermee bezig ben, denk ik: winter, kom maar op!
Maar ook de andere kinderen zullen deze winter warmpjes doorkomen. Ik vroeg de Sint alvast om dit jaar wat wollen ondergoed te brengen en in zijn brief uit te leggen dat het voor ons milieu belangrijk is je warm aan te kleden zodat de verwarming wat lager kan. Ik ben er vrij zeker van dat het niet in dovemansoren zal vallen bij de Goedheilige Man. En nee, voor je denkt aan de prikkerige hemdjes die je misschien als kind zelf moest dragen, het wollen ondergoed van tegenwoordig is superzacht en kriebelt niet. Ik heb er heimelijk voor mezelf ook eentje gevraagd voor in mijn schoen. Benieuwd of ik braaf genoeg geweest ben?
Zelfs ‘s nachts kruipen we tegenwoordig lekker onder de warme wol. Toen ons donsdeken aan vervanging toe was, wilden we een diervriendelijker alternatief en kozen we voor wol. Een goede beslissing, zo blijkt nu we er al ruim een maand onder slapen. Ook mijn hoofdkussen is van wol [Geert zweert bij zijn boekweitkussen], dus ik val in slaap terwijl ik aan schaapjes denk. En ik hoef ze niet eens te tellen.
Slaap zacht!
De natuur is bijzonder gul dit najaar. De noten vallen rijkelijk in het gras, de kweepeer gaat – letterlijk – gebukt onder een overvloed aan vruchten en de druivelaar is enkele weken geleden tijdens een windvlaag naar beneden getuimeld. De ranken zijn zo zwaarbeladen dat de spandraden het niet langer hielden, maar gelukkig bleef de schade aan de trossen beperkt. Het leek dus een fantastisch druivenjaar te worden, maar dat was buiten augustus gerekend. Wanneer zon nodig was om ze te laten rijpen, kregen we frisse dagen, regen en wind. En september is ook niet de beloofde warme nazomermaand. Het gevolg is dat de druivelaar mooie, grote, donkere trossen heeft, maar dat de vruchtjes vrij zuur smaken. Ze zien er lekker uit, maar eigenlijk zijn ze het niet echt.
Jammer natuurlijk, want wat is er leuker dan de kinderen druiven ‘uit eigen kweek’ mee te kunnen geven naar school. Maar aangezien ze voor ‘s middags boterhammen meenemen naar school en daar altijd wel eentje met confituur bij zit, dacht ik eraan om van die druiven gelei te maken. Ik had het nog nooit zelf geproefd, maar internet leerde mij dat daar recepten voor bestaan. En zo veranderde deze namiddag een volle mand druiven in 11 potjes druivengelei.
Wat heeft buurman T. daarmee te maken? Wel, eigenlijk is het zijn druivelaar die ook naar onze tuin groeit en met zijn goedkeuring tegen de achterkant van zijn schuur geleid wordt. Zo kunnen we met twee gezinnen van de overvloed genieten. Sympathiek, toch?