Marthe is net terug van drie dagen boerderijklassen. Daar waar Cas nog naar bachten de kuppe trok voor zijn bosklas was het bij Marthe wat bescheidener. Zij trokken te voet naar de vierhoekhoeve in Gijzenzele, een volle 3,4 km van de leefschool. Ik wandelde mee als begeleider en om daar ter plekke de bedjes op te maken.
Aangezien Marijke ons had gedropt op school en daarna met Finn terug naar Scheldewindeke was gereden was ik aangewezen op mijn onderste ledematen om terug thuis te geraken. Een tochtje van een kleine 7 km langs stoffige landwegen, een spoorwegbedding en een overstromingsgebied. Het was toen ik m’n dagelijkse spoorlijn volgde dat ik plots tussen de 2 sporen een gepiep hoorde. Ik merkte een klein pluizig wezentje op dat struikelde over z’n veel te grote zwemvliespoten en dito keien tussen de dwarsliggers. Zonder zich te verzetten liet hij zich door mij optillen. Ik spitste de oren om de moeder te kunnen lokaliseren, maar hoe ik ook luisterde, er was nergens een mama te bespeuren. Er was daar in de directe omgeving ook geen poel of gracht, dus besloot ik m’n metgezel dan maar mee te nemen naar huis. Ik sloot het beestje in m’n handen die ik tot een nestje had gevouwen. Dat was precies wel naar de zin van Alfred, want algauw zat hij te knikkebollen en vielen z’n oogjes dicht. Nog even werd hij opgeschrikt toen een fazantenmama zich, met veel gevoel voor dramatiek, als een gewond dier voor m’n voeten wierp om zo de aandacht van haar jong, dat snel het hazenpad koos in het dichte struikgewas, af te wenden.
Toen ik de serre binnenkwam zat Finn een van z’n tractors te demonteren. ‘Papa’ klonk het, onmiddellijk gevolgd door een opgewonden ‘eenje‘. Het eendje, of correcter, het gansje, liet zich gewillig inspecteren door onze avonturier terwijl Marijke alvast een kartonnen doos ging halen. Het diertje werd op de kast gezet, kreeg een bakje water en een bewaker, want Finn kon niet snel genoeg de trip trap tegen de kast schuiven om zo een goed zicht te hebben over het diertje. ‘Kaka’ klonk het plots en daarna ‘nog kaka’.
Er moest natuurlijk wel een oplossing gevonden worden voor het diertje. Naar Marijkes thuis, bij de kippen, of aan de beekkant. Naar school bij de kippen. In de tuin, maar met onze poezen in de buurt was dat geen goed idee. Dan toch maar de telefoongids erbij gehaald en het nummer van het Vogelopvangcentrum in Merelbeke opgezocht. ‘Ah, bij ons binnenbrengen, hé’ was het ietwat laconieke antwoord op de vraag wat de beste oplossing zou zijn voor het diertje.
Alfred verhuisde van een open naar een, tijdelijke, gesloten instelling [van de doos op de kast naar een met flapjes afgesloten kartonnen doos voor in de auto] maar werd korte tijd later ‘vrij’ gelaten bij een hoop van zijn soortgenoten die hetzelfde lot beschoren waren. Wanneer hij een fiere gans zal zijn wordt hij vrijgelaten en daar worden wij dan per mail van op de hoogte gebracht. Het Belgisch gerecht kan hier nog wat van leren zou je zo denken.
Het is een hele tijd het voorrecht geweest van nonkel Luc, het winnen van vrijkaarten. Nu neemt broer Peter de fakkel wat over. Zo kwam hij vorige week met het voorstel om samen naar An Pierlé & White Velvet te gaan zien in de Handelsbeurs in Gent. Aangezien ik die madam wel mag smaken en er op zaterdagavond toch niks wereldschokkends te gebeuren stond na de afwas van Marthes verjaardagsfeestje, stemde ik graag in. Ik herinner me nog goed wanneer ik haar voor de eerste keer hoorde. Het was ergens in 1996. Ik werkte nog bij Pieters Visbedrijf, reed nog met een Opel Astra en luisterde nog naar Studio Brussel. Ze had net haar passage gemaakt in de Humo’s Rock Rally en daar menigeen van zijn stoel geblazen met haar versie van Gary Numans “Are ‘friends’ Electric”. Het was op de terugweg naar huis en ik draaide de volumeknop van de Blaupunkt gezwind naar rechts: instant kippenvel. Het duurde nog een hele poos voor ik het nummer nadien nog eens hoorde. Het waren dan ook nog de dagen van voor “tinternet”.
Ondertussen zijn we al een paar cd’s en een bezetting verder. Sinds 2006 omringt ze zich met the White Velvet. Hierdoor krijgen de nummers meer bombast en volheid en wordt haar stem af en toe gecounterd door gitaargeweld of een drumpartij. Ik was niet zo wild van hun eerste cd, maar had wel goede zaken gehoord over hun jongste telg, ‘Hinterland‘. De verwachting was dan ook vrij hooggespannen toen we de zaal inliepen. Deze was voor de gelegendheid omgetoverd tot een soort club waarbij de stoelen en zitbankjes uit de foyer naar de concertzaal werden gezeuld. Dit gaf een zeer gemoedelijk sfeertje, maar zou er wel voor kunnen zorgen dat het publiek wat mak zou reageren.
Ze opende sterk met enkele nieuwe nummers afgewisseld met ouder werk dat door de bezetting (bas, drums, gitaar) vaak nog voller klonk dan op de cd’s. Een compliment overigens aan de technici, want het geluid was subliem: verfijnd en krachtig met zeer mooie detaillering in de instrumenten zonder de zangpartij te overstemmen. Haar ‘bindteksten’ stonden in schril contrast tot de vrij duistere, rauwe muziek. Ze waren bij wijlen hirarisch en absurd. Volgens haar te wijten aan een chronisch slaapgebrek (ze werd vorig jaar moeder van een dochter). Het toonde echter aan met hoeveel ‘goesting’ ze op het podium stond. Een kleine uitschuiver in ‘Helium Sunset’ werd met de mantel der liefde toegedekt en vergeven door een fabuleuze versie van het daarop volgende ‘Sorry’. Ook toen Koen Gisen zich bij de intro vergiste van nummer werd dit ludiek opgelost. Het speelgenot straalde af op het publiek, voornamelijk dertigers en veertigers, die maar graag binnen stapten in haar absurde wereld. In die wereld heeft ‘Il est cinq heures Paris s’éveille’ verdacht veel weg van een vette discohit.
Toen ze bij de eerste bisreeks kwam aanzetten met een acoustische gitaar en zich neervleide op een pianobankje op het midden van het podium grapte ik nog tegen broerlief: “subiet zet ze hier nog ‘Ein bischen frieden‘ in”. Mijn woorden waren nog niet koud of hupla, daar weerklonk Nicole, toch voor een maat of twee. Bij haar tweede bisnummer, ‘Mud Stories’, zat ze moederziel alleen op haar grote bal aan de piano, met een gedrevenheid als bij haar debuut, maar met ondertussen ook al 15 jaar prachtnummers rijker. Een zeer geslaagd einde van een memorabele avond.
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Nu vrijdag ga ik overigens opnieuw met Peter naar muziek luisteren: DAAU in de kerk van Oudenbos. En wil het nu wel dat net An Pierlé op hun tweede plaat ‘We need new animals’ werd gevraagd voor het nummer ‘Broken’.
Neen, ik ga hier geen politiek discours afsteken over de gebeurtenissen van de laatste weken in Egypte. Ik heb het over de cinema aan de Korenmarkt in Gent. Ooit, toen ik nog jong was en de bezitter van een weelderige haardos, was dat zowat mijn vaste cinema. Niet alleen de programmatie was dik in orde: gericht op een cinefieler publiek en met een voorkeur voor Franse films [daar waar de Studioskoop eerder Brits gericht was], ook het café, toen nog op de eerste verdieping, werd zeer vaak gefrequenteerd. Na de film, maar vaak ook op zondagnamiddagen, waar je toen op je dooie gemak met een koffie of een thee en een lekker stuk taart kon genieten van het uitzicht en een goed boek [ja, zelfs ik heb ooit boeken gelezen, zij het vaak filmscripts of boeken over regisseurs]. Ik spaarde toen ook al mijn filmticketjes, voorzien van datum, titel en een quotering, in een weckpotje. Jammergenoeg is het potje niet meer.
Wel, dit weekend is het er eindelijk nog eens van gekomen. De oudste twee waren op weekend met de JNM naar De Populier in Velzeke en de jongste twee logeerden een nachtje bij Opa en Oma Asper. Van die kinderloze dag maakten we gebruik om in de laatste soldenbakken te graaien en een aantal zaken te halen die we alleen in de ‘stad’ vinden. Tussendoor nog eens door de gangen van de Ikea gewandeld [met in het achterhoofd de herinrichting van de erkerkamer tot de 'meisjeskamer', ergens deze zomer] en toen terug naar het centrum. Druk, wat zeg ik, megadruk. De Sint-Michielsparking zat ‘vol’ en zelfs in Ramen was er niet bijster veel plaats meer. Vanop de Sint-Michielsbrug zagen we toen al de staart van de rij aanschuivenden aan de kassa van de Sphinx. Even overwogen we nog om ons thuis in de zetel te nestelen met één van de dvd’s die dringend moeten bekeken worden, maar omdat de kans dat we snel nog eens naar de cinema zouden geraken even groot is als deze waarbij we de Lotto winnen [voor alle duidelijkheid, we spelen niet op de Lotto] schoven we toch maar netjes aan achteraan de “queue’.
En of het de moeite waard was? Op voorhand had ik bewust nog niks over Rundskop gelezen, al had ik – hoe kan het ook anders in deze gemediatiseerde wereld – wel al eens de trailer gezien. We zaten op een van de voorste rijen, in een houding die veel weg had van een boeing 737 bij take-off. Maar het wende wel en zo hadden we geen last van de chipsverorberende medemensen achteraan in de zaal.
De film wordt voorgesteld als een film over het hormonenmilieu, vetmesters en malafide vleesboeren. Persoonlijk vind ik de film veel meer dan dat. De omgeving waarin de film zich afspeelt is inderdaad zeer louche, maar au fond is dit een zeer persoonlijke film over een man die duidelijk niet goed in zijn vel zit. De films start dan ook zeer sterk met een poëtisch vergezicht en de off-screen stem van Matthias Schoenaerts die in een voor ons exotisch aandoend Truiens dialect een proloog brengt. Daarmee is de toon gezet. Vaak staan de geromantiseerde beelden van de boerenstiel, de mooie landschappen en de close-up shots van het imposante lichaam van de hoofdrolspeler in schril contrast met de rauwheid van zijn bestaan. Die balans blijft de film aanhouden tot het eind. Zelfs op momenten dat het er gewelddadig aan toe gaat spat het bloed niet van het scherm. De score van Raf Keunen, die hier zijn langspeeldebut maakt, is bij wijlen gezwollen, maar vervalt zeker niet in meligheid of overdramatisering. Vaak is de muziek niet prominent aanwezig, wat volgens mij een meerwaarde is voor een soundtrack, maar bij enkele scenes is het zeker een meerwaarde.
Ik overwoog nog even een nieuw weckpotje boven te halen, maar ik vrees dat het ticket er heel lang alleen in zou zitten. Er zou alvast wel met pen op de achterkant geschreven staan: Rundskop | 12 februari 2011 | *****.
Jullie vertellen dat Gent zijn eerste lichtfestival achter de rug heeft is wellicht een open deur intrappen. Daar waar er vooraf niet zoveel animo rond was, veranderde alles na de eerste doortocht in het journaal. Donderdagavond ben ik, samen met een aantal collega’s, de stad rondgetrokken om de verschillende kunstwerken te ontdekken. Er hing een leuke drukte in het centrum, een beetje als de avond voor de Gentse feesten. Maar koppenlopen was er niet echt bij. Leuk meegenomen, zo konden we makkelijk de verschillende attracties ontdekken en blijven hangen daar waar we wilden. Omdat het concept en de ‘kunstwerken’ kindvriendelijk waren wou ik graag terugkomen met de drie oudsten.
Aangezien vrijdagavond toch al wat drukker is dan de andere avonden door de circusles van Marthe en Cas werd de trip verdaagd naar zaterdagavond. Dit met het risico dat er meer volk zou zijn, maar door vroeg te starten zou dat nog wel allemaal meevallen, zo dacht ik althans. Die hoop werd snel de kop ingedrukt toen we al bij het binnenrijden van Gent moesten aanschuiven. Dan maar een alternatieve route berekend en via een paar sluipwegjes de auto geparkeerd aan het rectoraat van de UGent. Hier ook al: veel volk, aanrijdende auto’s, fietsers, drommen mensen te voet. Maar we lieten het niet aan ons hart komen en gepakt met een picknick (lees: boterhamdoos volgestouwd met sandwiches met kaas en choco [voor de gelegenheid] en een veldfles water) trokken we naar het centrum. Na onze eerste tussenstop, aan de leuk gevonden projectieplaats voor Jonas Geirnaerts Flatlife, moesten we even wachten om de Fatback Brass Band aan het werk te zien. Een ideaal moment voor een geïmproviseerd aperitiefje op de trappen van de kiosk van de Kouter.
Daarna ging het richting Aula waar reeds een ellenlange file stond. Dan maar snel naar de binnentuin van D’haene-steenhuyze voor de feeërieke en poëtische bloemlampjes van Sophie Guyot. Maar ook hier stond reeds een massa mensen aan te schuiven voor wat wellicht een ‘passage’ zou zijn aan het ‘elentrieken’ bloemenperk. Dan maar spoorslags [voor zover dat gaat door een door een mensentsunamie overspoelde Veldstraat] naar de Korenmarkt voor wat wellicht het meest verbluffende stukje van de avond was. Spectaculaires toverde er op het postgebouw een hightech sprookje waarbij je niet wist waar eerst te kijken. Verbluffend staaltje van techniek, ook al liet die het eerst afweten waardoor het gebouw, bij de heropstart van de 6 [zes!] pc’s die het ding aanstuurden, ongewild sponsor werd van Microsoft Windows xp.
Zodra alle pc’s en projectoren terug ‘on speaking terms’ waren genoot iedereen, met veel ‘oohs’ en ‘aahs’. We vervolgden onze weg via het in ‘lichterlaaie’ staande Belfort, langs de nachtlampjesbijeenkomst aan het NTGent naar de Achtersikkel voor het intrigerende en volgens de meisjes af en toe akelige werk van Mr. Beam. Duck Soap van Het Pakt was de laatste stop van onze nachtelijke tocht. Moe, koud (ondanks het wollen ondergoed en het extra laagje), maar zeer tevreden keerden we terug naar de auto.
Als het van de kinderen afhangt gaan we volgende keer opnieuw naar het ‘lichtjesfestival’, maar dan misschien wel op de eerste avond.