Thursday, 2 February, 2012
Het vriest dat het kraakt [eindelijk!] en onze jongste telg zit in de zandbak. U leest het goed: IN DE ZANDBAK. Natuurlijk heb ik hem eerst op andere gedachten proberen brengen. Nee, Finn, het is te koud, nee, het zand is bevroren, nee, je kan niet in het zand spelen met wanten. Maar wanten zijn voor watjes, zo lijkt hij te denken. Dus staakte ik mijn verzet en liet hem begaan, in de veronderstelling dat de snijdende kou misschien meer effect zou hebben dan mijn sluitende argumenten. Maar hij blijkt een zoon van zijn vader [Geert grijpt pas rond het vriespunt naar een jas], want in plaats van snel terug binnen te komen vroeg hij aan zijn verbaasde broer en zussen of ze ook niet in de zandbak wilden spelen.
Hij heeft het toch een kwartier volgehouden, onze ijsbeer. Gelukkig doet wollen ondergoed wonderen. En ja, ook de wollen leggings komen deze dagen uit de kast, al hebben we er hier al een rondlopen die dit ‘niet cool’ vindt en nog liever kou lijdt. Ook van zijn vader, zeker?
Sunday, 22 January, 2012
Finns voorliefde voor het molletje en Shaun the sheep, daar konden we ons volledig in vinden: goed gemaakt, uitgepuurd en aandoenlijk naïef [het molletje] of gewoon dolkomisch [Shaun]. Maar zijn nieuwste ontdekking doet ons toch twijfelen aan zijn goede smaak. Thomas the tank engine is lelijk [we moeten daar eerlijk in zijn], ouderwets en stelt bijzonder weinig voor qua verhaal. Toch is het een hit bij onze tweejarige. Hij raakt maar niet uitgekeken op de treinen-met-gezicht die van de brug vallen, vast komen te zitten in de modder of de sneeuw en dan heel pathetisch uitroepen: “Oh, the indignity!”. Je kan dit grappig vinden, maar ‘t is ‘not my cup of tea’.
De laatste weken speelt Finn dan ook bijna uitsluitend met treinen. Hij wisselt af tussen de houten trein, de duplo trein en de duploversie met batterijen, maar telkens zie ik hem de avonturen van Thomas de trein naspelen. Terwijl ik eerst tot vervelens toe zijn brug bouwde, heb ik nu door dat het de bedoeling is dat ze inzakt als zijn trein erover rijdt. En dat “Oh nee, trein valt nu!” gewoon de commentaarstem is bij zijn spel. Daarom zien we zijn liefde voor Thomas, Gordon, Percy en James nog even door de vingers, want blijkbaar is het een onuitputtelijke bron van inspiratie. Zouden trainspotters ook zo begonnen zijn?
Tuesday, 17 January, 2012
De meestgestelde vraag aan ons adres de voorbije week was ongetwijfeld ‘En? Hoe stelt Finn het op school?’ Waarop ik dan voor de zoveelste keer het relaas deed van zijn eerste dagen op de Leefschool.
De school is vertrouwd terrein voor hem, maar toch vreesde ik voor een hartverscheurend afscheid de eerste dagen. En terecht. Een kind dat iedere dag bij mama mocht blijven laat zich dat privilege niet zonder slag of stoot afnemen. Dus trok hij die eerste ochtend alle registers open en heeft hij, zo hoorde ik achteraf, wel een uur gehuild. De andere kindjes waren volgens de juf onder de indruk. Maar toen ze mochten schilderen stopte hij abrupt en wanneer ik hem ‘s middags ging halen was hij nog steeds druk in de weer met borstel en verf.
De volgende dag duurde de weerstand gelukkig maar tien minuutjes en sinds donderdag gaat het afscheid vlot en zonder huilen. Een hele prestatie als je het mij vraagt. Desalniettemin verklaart hij bijna iedere dag bij het ontbijt dat hij niet naar school gaat. ‘Ik vandaag thuisblijven, mama, nu zondag zijn.’ Ik negeer die boodschappen wijslijk en van zodra we de klas binnenstappen lonkt de zandtafel en begint hij vol energie putten te graven en bergen te maken. Na de nodige knuffels en kusjes mag ik dan voor een uur of 2 huiswaarts.
Tegen half twaalf rep ik me weer naar school, want voor een peuter die ‘s middags nog slaapt is zo’n halve dag vol nieuwe indrukken bijzonder vermoeiend. En vermoeide peuters zijn niet altijd op hun best. Vandaar dat ik op de vraag ‘was het leuk op school?’ soms een nukkige nee als antwoord krijg. Grappig genoeg antwoordt hij na zijn dutje op dezelfde vraag enthousiast ja! En hij speelt de vraag ook door. Zo vroeg hij deze morgen aan Marthe: ‘Marthe, leuk op school? Auto’s gespeeld?’
Saturday, 8 October, 2011
Nu het weer kouder wordt zou ik het kunnen hebben over hoe ik sinds vorige winter verknocht ben aan wol-zijden ondergoed en de veelzijdigheid ervan ophemelen, over hoe wol wassen een mens tot rust brengt en waarom ik living crafts zo’n fijn merk vind. Maar wellicht wil enkel een fractie van ons lezerspubliek hierover iets weten, of sterker nog, misschien interesseert het geen kat.
Finn daarentegen scoort altijd goed als onderwerp. En laat hij nu net de laatste weken grote sprongen maken in zijn evolutie. Van weerbarstige, eigenwijze peuter op zijn tweede naar mondige en iets toegeeflijker kleuter. Over drie maanden zet hij de stap naar de klas en in alles merk je dat hij er klaar voor zal zijn. Puzzelen, boekjes lezen, wandelen aan het handje en alles wat hij tegenkomt benoemen, opruimen, helpen in de keuken. De school is vertrouwd voor hem, dus ik vermoed dat hij alleen maar blij zal zijn dat hij eindelijk naar hartelust kan spelen in de zandbak, met de fietsjes, met de auto’s in de klas. Al weet ik niet naar wie hij zal gaan als hij bang is, of plots nood heeft aan een knuffel.
Een tijd geleden zaten we nochtans in volle peuterpuberteit en dacht ik met heimwee terug aan dat rustige baby’tje, dat goedlachse peutertje. Het was niet altijd makkelijk om geduldig te zijn toen hij wervelwind in huis speelde, dingen stukgooide [soms uit enthousiasme, soms uit pure frustratie], zich spartelend op de grond wierp als hij zijn zin niet kreeg. Ik ondervond – voor de vierde keer op rij – dat afwisseling en buitenlucht helpt, net als keuzes laten binnen bepaalde grenzen. En geduld, bakken vol geduld, je kan er niet genoeg van hebben met een dwarse peuter in huis. Begrip ook trouwens, voor de moeilijke tijd die ook zij doormaken, stel je maar eens voor dat je iets niet krijgt en daar zo boos van wordt dat het ook voor jezelf beangstigend wordt en je niet weet hoe je moet stoppen met gillen.
Maar het was geen maandenlange strijd zoals bij Lena, hij weet wat hij wil, maar heeft toch niet haar volhardendheid. Na de 200 ste keer heeft hij het door dat neen neen is. En de volgende keren zegt hij zelf heel wijs: “nee, niet Finn doen, als ik groot ben, dan wel mogen.” Right.
En zo kregen wij onze vrolijke, levendige, babbelzieke en o zo schattige kleine vriend terug. Het zal dan ook met gemengde gevoelens zijn dat ik hem naar Katrijn en Nele laat gaan. Want ik hou de knuffels natuurlijk liever voor mezelf. Ik kijk al uit naar morgenvroeg, wanneer hij voor dag en dauw stilletjes naast mij in bed kruipt om mij de eerste knuffel van de dag te geven.
Sunday, 18 September, 2011
Toen onze kinderen nog kleiner waren luisterde ik altijd met veel verwondering naar de verhalen van vrienden met oudere kinderen. Maandag dictie, dinsdag muziekles, woensdag zwemmen, vrijdag judo en in het weekend scouts. Ik werd al moe bij de gedachte alleen al. Ik had medelijden met de ouders, die vaak chauffeur moesten spelen, en met de kinderen, die al op jonge leeftijd een agenda met afspraken te volgen hadden.
Maar zie, zoveel jaar later proberen ook wij de puzzel in elkaar te laten passen. Maandagavond circusschool voor Cas in Gent, dinsdag vanaf november yoga [nachools op school] voor Marthe en Lena, woensdagavond gitaarles voor Cas, donderdagavond zwemles voor alledrie [gelukkig maar tot december], vrijdagavond circusschool voor Marthe en Lena in Merelbeke, maandelijks één vergadering in de bib voor de kinder- en jeugdjury en af en toe in het weekend een JNM-activiteit. Ja, hun agenda is ook rijkelijk gevuld. Toen wij klein waren konden we kiezen tussen scouts, ballet en muziek, maar nu is het aanbod nagenoeg onbeperkt. Ik word er soms moe van, van het gepuzzel, het gerij, het bijhouden van alle afspraken. Gelukkig heeft de jongste nog niets in de pap te brokken.
Anderzijds zijn het ook echt leuke hobby’s, waar relatief weinig stress of competitie mee gemoeid gaat. Bovendien waak ik ervoor dat ze niets op woensdagnamiddag plannen en ook niet teveel in het weekend, zodat er voldoende tijd overblijft voor gewoon spelen en/of vervelen. Want vervelen, daar leert een kind uit, daar wordt het creatief van. En creatieve kinderen, die moet je stimuleren en die stuur je dan bijvoorbeeld naar de circusschool, de gitaarles, de JNM, …