Category “cas”

vertrouwen

Sunday, 6 February, 2011

20101017_stam_gent_024Marthe is de enige van de kinderen die soms eens zin heeft in vlees. Om haar tegemoet te komen wordt hier heel af en toe wat biovlees gekocht [lees: gemiddeld één keer om de twee maanden]. Eten we buitenshuis, dan mag ze uiteraard zelf kiezen. Want hoe overtuigd ikzelf ook ben, ik wil natuurlijk niet dat ze later zegt dat ze nooit vlees kreeg thuis en dan van de weersomstuit een grote carnivoor wordt. Ze mogen dus af en toe hun stem laten horen bij het bepalen van het menu.

Gisteren vroeg ik dan ook terloops aan Cas of tofuworstjes goed waren voor bij de appelmoes [overdag mee op uitstap met de klas van Lena, 's avonds oudervereniging, tussendoor colruyt, een dagje met weinig tijd om te koken dus]. “Of heb je liever eens een echte worst?” opperde ik.
Cas: “Nee, hoor, mama, vegetarisch is zeer goed voor mij. Jij zegt altijd dat ik geen vlees nodig heb om groot te worden als ik mijn hele bord leegeet en ik doe dat, want ik vertrouw u.”

Een medaille voor mijn voorbeeldige zoon graag, hij verdient het!

hilariteit in bad

Monday, 20 December, 2010

Cas en Lena zaten samen in bad.

Cas: ‘Lena, hoeveel voeten heeft een aap?’
Lena: ’2?’
Cas: ‘Nee, geen, een aap loopt op zijn handen. Die heeft geen grote teen, maar een duim.’
Lena: ‘Mijn grote teen lijkt ook wel een beetje op een duim.’
Cas: ‘Ja, logisch, wij waren vroeger apen.’
Ik: ‘Héél lang geleden, hé, Lena.’
Lena: ‘Jij niet meer, mama?’
Ik, met ingehouden lach: ‘Nee, Lena, ik niet.’
Lena: ‘Opa en oma?’
Ik: ‘Nee, Lena, echt héél, héél lang geleden.’
Cas: ‘Lena, zélfs opa Paul was vroeger geen aap!’

Even later

Cas: ‘Mama?’
Ik: ‘Ja?’
Cas: ‘Nee, laat maar, ‘k ga ‘t toch niet zeggen.’
Ik: ‘Waarom niet? Nu maak je mij nieuwsgierig.’
Cas: ‘Oké dan. Wat zijn twee negertjes in een slaapzak?’
Ik: ‘Geen idee.’
Cas: ‘Nen twix.’

Ik lach, maar nog niet voluit. Tot Cas eraan toevoegt:
‘Mama, wat is dat eigenlijk, ‘nen twix’?’

Fins

Monday, 22 November, 2010

20101017_stam_gent_025Cas en Lena speelden met Finn en zagen elkaar duidelijk als concurrent. Finn wou ondertussen iets duidelijk maken en zei ‘die, die’ (of zijn variant ‘da, da’). Het zoeken naar de juiste vertaling begon. Lena gaf hem iets, Cas kwam met iets anders aandraven. De discussie begon over wie hem het best begrepen had en ik hoor Cas heel kordaat zeggen: “Nee, Lena, dat is het niet, ik kan het beste Fins.” Dat belooft, een linguïst in spe in huis.

Oorsmeer _ editie 2010

Tuesday, 9 November, 2010

Net als vorig jaar had ik ook dit keer Oorsmeer aangevinkt in m’n virtuele agenda. En net als vorig jaar gingen we, op vraag van de kinderen, met de trein. Zo’n tochtje samen doet de spanning nog wat extra groeien: de trein, het eerste zicht op de boekentoren, het grote, bijna lege station, de zoektocht naar de juiste tram, de tramrit en dan de hoek om naar het operagebouw. Of er dit jaar ook zo’n leuk zoekspelletje zou zijn, wou Lena weten. En ja hoor, ook daar hadden ze aan gedacht. Dit jaar mocht je op zoek naar verschillende geluiden aan de hand van zoekkaartjes. Nog voor de start van onze eerste voorstelling hadden we zeven van de acht opdrachten gevonden, het achtste antwoord stond bij andere deelnemers net iets te groot geschreven om het niet gezien te hebben.

20101107_oorsmeer_2010_040Wagon” stond als eerste geprogrammeerd. Nicolas Rombouts en Joris Caluwaerts combineerden hun grootste hobby’s: muziek en legotreintjes. Op een bijna kinderlijke manier bouwden ze treintjes zo om dat ze als instrumenten konden ingezet worden bij hun composities. Soms solo, soms als begeleiding of als tempobepaler. Het feit dat alles zich afspeelde in een bijna pikdonkere Redoutezaal waar de kinderen op kussentjes vlakbij de treintjes zaten maakte het nog sprookjesachtiger. Soms hadden de treintjes net iets teveel aandacht nodig van de ‘spelers’ waardoor het tempo uit de voorstelling dreigde te raken, maar dat stoorde de kinderen blijkbaar niet. Na een goed half uurtje werd het ‘einde’-wagonnetje aangeklikt en ging het zaallicht heel zachtjes aan. Klaar om te ontwaken uit een eerste muzikale droom.

Lena wou dolgraag nog eens naar de kinderopvang, waar we vorig jaar leuk vertoefden [we hadden toen slechts 2 voorstellingen en meer 'springuren'], maar dit jaar was het daar heel wat minder. Moeder en dochter [beiden collega boekentorenaars] L. en E. die er vorig jaar iets heel leuks van gemaakt hadden waren er niet en de ruimte zag er op slag een pak minder gemoedelijk uit. Gelukkig hadden we nog genoeg te doen. Op naar de foyer waar we het tweede deel van onze wedstrijd volbrachten: het herkennen van verschillende geluiden via een hoofdtelefoon. Al snel werd het Cas duidelijk dat het om de zelfde geluiden/instrumenten ging als in het eerste deel. Een makkie dus.

We werden vrolijk opgeschrikt door de bende jonge artiesten [zo stond toch op hun badge] van Goeste Majeur. “De Propere Fanfare van de Vieze Gasten”-Junior als het ware: even gedreven, met evenveel overgave en nonchalance, met evenveel lef en passie. We volgden de vrolijke bende naar buiten, naar de Handelsbeurs, want ja, ook Oorsmeer groeit en zwermt uit.

20101107_oorsmeer_2010_046In de concertzaal ontstond een magisch moment: de goeste-spelers kregen plots versterking van de mannen van Balaxy Orchestra en je zag de gastjes groeien van trots. Toen de jamsessie aan zijn eind kwam ging de decibelmeter van de PA nog een standje hoger. De frontvrouw van het ‘orkest’, een echte Italiaanse mama toverde het podium in een mum van tijd om in een speelplaats voor de jongsten. Aanvankelijk zaten ze voor het podium, iets later erop en nog geen nummer later stonden ze allemaal samen te dansen. Zelden zo’n kindvriendelijk optreden meegemaakt.

Het contrast met onze volgende afspraak kon niet groter zijn. In de Lullyzaal van de opera leek wel een of andere ufo neergedaald. Het bamboe-orgel, want dat was het, was imposant, maar nog intrigerender waren de honderden witte heliumballonnen. Tijdens het “fluitconcert” [alle ballonnen waren voorzien van een klein bamboefluitje] werden ze systematisch opgelaten wat resulteerde in een mooi visueel spektakel en een bij wijlen oorverdovend geluid. En toen moest de ufo nog opgestart worden.  ‘Spooky’ is het minste wat je kan zeggen van dat ding. Het vibreerde, pruttelde, brieste, braakte oergeluiden uit, dit alles op aangeven van ruimteveerbestuurder Hans van Koolwijk. [SIC] bracht ons weer onder de mensen met hun 4 saxofonen. Niet het makkelijkste stuk, maar wat mij betreft wel het hoogtepunt.

Daar waar Odegand verdrinkt in zijn succes en bijgevolg nog moeilijk te bezoeken valt samen met de kinderen, slaagt oorsmeer er toch maar weer in om op een originele manier jonge kinderen te laten kennismaken met hedendaagse, traditionele en klassieke muziek, en dit in een zeer aangenaam kader met een leuke sfeer en aan democratische prijzen. Volgend jaar vind je ons er alvast terug, uiteraard met de trein/tram.

20101107_oorsmeer_2010_01120101107_oorsmeer_2010_02620101107_oorsmeer_2010_04120101107_oorsmeer_2010_06720101107_oorsmeer_2010_07920101107_oorsmeer_2010_095

Quality time

Wednesday, 20 October, 2010

Zo omschrijven sommige mensen het half uurtje waarin ze op zondagochtend samen met de kroost naar Mega Mindy zitten kijken. Het mag wel wat meer zijn, dacht ik. Op de agenda stond al een hele tijd een matineevoorstelling in het NTGent te prijken. “Zoon”, van, door en met Raf Walschaerts [de oudere heflt van Kommilfoo]. Maar aangezien de meisjes bij Opa en Oma Wachtebeke logeerden en met hen naar een babyborrel gingen profiteerde ik ervan om er samen met onze oudste zoon een langer verblijf in Gent van te maken.

20101017_stam_gent_004Zo vertrokken we na een gezapig zondags ontbijt al ruim voor de middag naar de stad. Vorige week opende daar immers het STAM, maar omdat ik niet zo’n massamens ben, liet ik het openingsweekend wijselijk aan mij voorbijgaan. Zondag was een uitgelezen kans om onze schade in te halen. Een stralend herfstzonnetje, parkeerplaats vlakbij, niet te veel bezoekers, vriendelijk personeel, wat wil een mens nog meer?

Mijn persoonlijke opdracht bij het bezoek was tweeërlei: naast het ontdekken van het aangebodene focuste ik me op de presentatie, zowel analoog als digitaal, van de stukken. Ik heb een paar jaar geleden op het werk een voorstel geformuleerd om een virtuele toegang tot de Belvedère van de boekentoren te ontwikkelen. Een vliegertje dat wel even opging, maar al snel onder het stof terechtkwam. Met de nakende renovatie en het daarbij gepaarde afsluiten van de toren, is de nood aan een zicht-op-afstand echter prangender dan ooit.

20101017_stam_gent_021Ik had vernomen dat er in het STAM een aantal interessante projecten geïntegreerd waren. Zo kan je er aan de hand van kaarten en foto’s doorheen Groot Gent wandelen, [al is het eerder vliegen] en dit in vier verschillende periodes, gaande van de middeleeuwen tot vandaag. Ook is er een zeer hip project met Microsoft Surface tafels waarop je een eigen filmpje kan samenstellen dat even daarna wordt geprojecteerd op een videowall. Verder zijn er nog een aantal minder interactieve digitale presentaties en zijn er natuurlijk ook de infopanelen en bijschriftjes allerlei. Ik moet zeggen: er is met zeer veel zorg en oog voor detail gewerkt aan de voorstelling van de objecten. Een strakke, maar niet al te beperkende huisstijl wordt overal doorgetrokken en dat geeft alles een mooie eenheid. Leuke vondsten ook hier en daar, zoals het omplooien van de dibond-infopanelen en het uitfrezen van het zaalnummer erin. Infoplaatjes werden niet vastgevezen maar bijna ouderwets genageld. Er werd precies ook niet echt op een cent gekeken: het aantal projectoren, lcd-schermen, computers en audioposten is nauwelijks bij te houden.

Inhoudelijk is er een zeer logische opbouw die je chronologisch door de geschiedenis van Gent loodst. Om alles te zien heb je wellicht een paar dagen nodig, maar je kan op eenvoudige manier zelf je accenten leggen en daar blijven hangen waar je interesse het meest naar uitgaat. Zo was Cas zeer geïntrigeerd door het luikje over  de “rechtvaardige rechters”, heeft hij zich geamuseerd bij de filmfragmentjes en kon hij zich natuurlijk uitleven aan de Lego-tafel. Ware het niet dat we nog naar het NTGent gingen, hij zat er wellicht nog zijn eigen versie van het Belfort te bouwen.

20101017_stam_gent_00320101017_stam_gent_02620101017_stam_gent_03420101017_stam_gent_04720101017_stam_gent_04420101017_stam_gent_048

Oh ja, over “Zoon” vertel ik op een andere keer wel iets meer.