Sunday, 2 January, 2011
Enkele jaren geleden ontleenden we eens uit de plaatselijke bib ‘Tomte Tummetot’, een hartverwarmend winters boek van Astrid Lindgren over een huiskabouter die ‘s nachts over de bewoners op een boerenerf waakt. Ik herinner me vooral de feeërieke sfeer en de mooie tekeningen. Besneeuwde, weidse landschappen, bossen, enkele boerderijen en een heldere maan, ja, zo stel ik me Zweden in de winter voor. Ik geef toe, bij momenten ben ik een nostalgische ziel.
Groot was mijn verbazing toen bleek dat ze dat boek nu helemaal niet meer hebben in de bib. Weg uit de catalogus! Misschien in de kelder gezet of voor een appel en een ei verkocht? Het mag dan ook niet verwonderen dat Lena onder de kerstboom ‘Tomte en de vos’ vond, een tweede boek over diezelfde huiskabouter. Daarin wandelt Mikkel de vos verlekkerd naar het kippenhok, maar dan heeft hij buiten Tomte gerekend. Door zijn granenpap met de vos te delen, redt hij de kippen van een gewisse dood. Een heel eenvoudig en lief verhaal, dat nog steeds aanspreekt, ook al dateert de eerste uitgave van 1967. Sommige kinderboeken zijn gewoon tijdloos of ben ik nu ouderwets?
Een ander mooi winterboek dat onlangs meekwam uit de bib is ‘Meneer eekhoorn en de eerste sneeuw’ van een Sebastian Meschenmoser. Daarin wil de eekhoorn niet beginnen aan zijn winterslaap vooraleer hij de eerste sneeuw gezien heeft. Samen met de beer en de egel wacht hij ongeduldig op die eerste vlok, ook al weet hij van anderen alleen dat die nat, koud en wit zal zijn. Maar de winter laat op zich wachten… Vrij natuurgetrouwe tekeningen, weinig tekst en veel ruimte voor fantasie maken hiervan een origineel winters boek. Om knus bij een warm vuur voor te lezen.
Thursday, 19 August, 2010
Twee maanden lang mochten we genieten van Joskes kroost. We zagen ze uitgroeien van kleine, hulpeloze diertjes tot energieke, speelse en zelfstandige minipoezen met een eigen karakter. Ons ‘rostneusje’ was duidelijk het haantje de voorste, maar ook ‘tijgertje’, de jongste van het nest, liet zich niet gauw doen. ‘Speciaaltje’ was onze ‘spinner’ en kon je, dankbaar om de aandacht, met hele lieve oogjes aankijken. En Thor, onze uitverkorene, was al heel snel de goedzak, die alles best vond en er geen probleem van maakte om als surrogaatpop voor de meisjes te dienen. Sinds vorige week verlieten zijn broer en zusjes het ‘ouderlijke nest’ en krijgt hij alle aandacht voor zich alleen. Iets wat hij zich met veel plezier laat welgevallen.
De drie andere poesjes, Kasper, Polly en Simba, zoals de adoptieouders [of beter de kinderen daarvan] hen doopten, werden met open armen ontvangen in hun nieuwe thuis. We vreesden wat voor de reactie van Joske telkens er een poesje vertrok, maar die bleef tot onze verbazing uit. Ze liep alleen wat te zoeken na het vertrek van haar voorlaatste, maar stelde zich al snel tevreden met het gezelschap van Thor.
En Findus, hoor ik u denken? Goed geteld, we hadden inderdaad zes poezen, maar ruim twee weken geleden heeft Findus het hazenpad genomen. Of dat hopen we althans, want ze [ja, vrouwelijke poezen krijgen bij ons soms een mannelijke naam] is precies van de aardbol verdwenen en de andere mogelijke oorzaken zijn te erg om lang bij stil te staan. We hopen dus dat ze het gewoon op de heupen kreeg van al dat kleine grut hier ten huize en dat ze, nu de kust veiliger is, eerstdaags terug aan het schuifraam in de keuken zal komen zitten. Want alhoewel ze niet echt aaibaar was, toch hoorde ze erbij. En als ze ergens anders een thuis gevonden heeft, dan hopen we maar dat ze goed voor haar zorgen.
Monday, 5 July, 2010
Voor u spontaan ‘tiediedediedie’ begint te zingen, we hebben de mosterd bij de Germanen gehaald. De god van de donder heet Thor, en ik heb dat altijd een mooie naam gevonden. Hij kwam niet in aanmerking voor één van de zonen, omdat dat niet goed bekt met de achternaam Roels. Vraag maar aan nonkel Peter. Maar poezen hebben geen achternaam en we vinden dat het ook nog past bij Findus en Joske. Marthe en Lena waren direct verkocht, Cas had een lichte voorkeur voor Jules, maar we hanteren ook hier een democratisch stelsel, dus het werd Thor, ook al is het voorlopig nog een klein Thorke.
Tuesday, 22 June, 2010
Dat het grijze katertje bij ons mag blijven wonen staat vast, maar hoe dat poesje vanaf nu moet aangesproken worden, daar zijn we nog niet uit. Het is natuurlijk ook niet eenvoudig. Het moet bij Findus en Joske passen, het mag niet te lang zijn, liefst origineel [Eugène is al in gebruik bij de overburen, dju toch], maar ook niet te moeilijk voor de kinderen. Etienne valt dus af. Net zoals al die typische poezennamen à la pluisje, grijsje, minoes, poesie en felix.
Telkens als we een nieuwe kanshebber bedenken, schrijven we de naam op de doos waar Joske met haar kroost in ligt. Een greep uit het voorlopige aanbod: Tuur, Titus, Otto, Tos, Juul, Rover, Roef en Jeff. Vanmorgen had Marthe er nog een nieuwe bij: Bibberke. Ze had een poesje vast dat nogal bibberde in haar hand en vond dat een gepaste naam. Lena is trouwens ook creatief met woorden de laatste tijd. Volgens haar ‘mijanken’ de poesjes soms.