Category “beestenboel”

Boecht van Dunaldy

Sunday, 6 November, 2011

Ik zou het er niet over hebben, maar het moet er toch eens uit, op gevaar af vanaf nu voor ‘geitenwollensok’ versleten te worden. Aanleiding is een kort bezoekje aan de Aldi. We reden er voorbij en Geert vertelde al lachend dat er wollen ondergoed in de aanbieding stond. Ik kon het nauwelijks geloven en moest het met eigen ogen zien.

20111031_finn_thuis_043Maar wat ik zag en voelde was helemaal iets anders dan al het wollen ondergoed dat wij in huis hebben, en dat is ondertussen toch al een behoorlijke collectie. Nochtans was op de verpakking te lezen waarom merinowol zo aangenaam is en wat de voordelen ervan zijn. Alleen stond er ook in kleine letters onder: 100 % cotton. En toch durfden ze er 19, 99 euro voor vragen! Mijn haar kwam recht. Dit leek mij iets voor de Keurinsdienst van Waarde, maar tot op vandaag blijft het wachten op een Vlaams equivalent. Jammer, want het levert fijne televisie op en het maakt je wijzer en kritischer als consument.

20111031_finn_thuis_038En ja, ook wol namen ze al eens onder de loupe. Want de ene wol is de andere niet en het meeste van wat op de markt te koop is, is jammergenoeg dieronvriendelijk ‘geoogst’ en wordt zwaar chemisch behandeld. Gelukkig is het wol-zijden ondergoed van de bekendste merken [mijn favorieten blijven Living crafts, Cosilana en Engel] geproduceerd met aandacht voor dier en milieu. Het kan duidelijk ook anders. Is het toeval dat de meeste merken Duits zijn? Ik ben allesbehalve Duitsgezind, maar hier moet ik hen toch nageven dat ze mooie dingen maken [maar Aldi is ook Duits dus gelieve niet te veralgemenen]. Niet alleen ondergoed natuurlijk, wat dacht je van de kledij in gekookte wol van Disana? Onze Finn is in ieder geval al verknocht aan zijn salopette. “Lekker warme broek”, zegt hij zelf. Wat was dat ook alweer over de waarheid en de kindermond?

lola poes

Friday, 4 November, 2011

In mei werd hier de tweede bevalling van onze poes uit de doeken gedaan en het moeilijke afscheid van ‘rostje’, een van de twee jongen uit het nest. Het zusje daarvan, een grijsje dat later uitgroeide tot een zwarte poes met roste vlekjes, was voorbestemd voor iemand uit de viltles. Wegens omstandigheden ging de adoptie niet door. Een tweede koppel kwam ons klein grut bewonderen, maar zij haakten af omdat ze liever een kater wilden. En hoe langer de poes bleef, hoe meer we aan haar gehecht raakten.

20110702_lola_001We doopten haar Lola en ook al is ons ‘speciaalke’ misschien niet moeders mooiste, ze maakt dat ruimschoots goed door haar lieve karakter. Zelfs Finn hoor je regelmatig zeggen: “Ooh, kom Lola poes, lola lief!”, waarop hij haar in een wurggreep neemt, iets wat ze zonder morren voor lief neemt. Lena loopt er soms de hele dag mee rond, in een mandje, in haar armen, met kleertjes aan, onder een dekentje, … Nee, een betere pop kon ze zich niet wensen. En ook Thor is zichtbaar blij met zijn speelkameraadje/slaapvriendje. Vaak vinden we ze ineengestrengeld in de zetel.

Dus ja, nu hebben we drie poezen in huis, eentje meer dan voorzien, maar eentje die we niet meer zouden willen missen.

 

jong leven

Sunday, 15 May, 2011

Al geruime tijd stond er in het tuinhuis een kartonnen doos met Joskes lievelingsdekentje. Ter voorbereiding. Maar veel oog had onze Jos er niet voor. Met haar zwanger buikje zat ze nog steeds achter de vogeltjes aan en kroop gezwind de dode perenboom in om een beter zicht te hebben op het door pimpelmeesjes bewoond vogelhuisje.

Vrijdag kwam er dan toch enige verandering in. Ze was plots veel meer in en rond huis te zien en hengelde naar aaikes en wrijfkes. De doos werd verplaatst naar de zitplaats waar ze achter de zetel een rustig plekje vond. Al snel had Joske dit in de mot en ging op verkenning. Zaterdag was ze dan al van ‘s morgens niet meer uit de doos te krijgen. Het signaal voor mijn huisgenoten om een plekje op de eerste rij uit te kiezen. Toen ik Finn had ondergestopt voor zijn voormiddagslaapje kreeg ik een opmerkelijk zicht wanneer ik de ‘living’ binnenkwam: vier poepkes, hun hoofden kon ik niet zien, want die zaten bijna bovenop de doos achter de zetel. Het duurde nog wel even, maar kort voor de middag kwam Lena me opgewonden vertellen dat het eerste aan het komen was, een rostje. Maar het ging niet van een leien dakje: rostje was een stuitligging en het kostte Joske toch wat moeite om het op de wereld te zetten. Na een grondige likbeurt kon Marijke het beestje inspecteren en zei toen op bijna prinselijke toon: ‘het is een mannetje’. Een droepietje, een pluizebolleken. Tijdens het middageten kreeg hij er nog een zusje bij: een speciaaltje. Ze is grotendeels grijs met eenzelfde tint en schijn als onze Thor, maar een donkerdere kop en poten en hier en daar ook een klein plekje rost.

Ik vertrok kort daarop met de twee oudsten naar de repetities van de circusplaneet in Gent en toen ik onderwijl informeerde naar ‘de stand van zaken’ vertelde Marijke dat het bij twee gebleven was en dat er iets scheelde met Rostje. Hij was een beetje futloos en dronk niet. ‘Zou dat niet kunnen komen door de ietwat zware bevalling’, probeerde ik nog, maar Marijke vulde aan: ‘als ik in zijn bekje kijk zie ik dat er iets mis is met zijn verhemelte, en zijn tandjes staan ook niet zoals het moet’. Geen goed nieuws dus. Ik bereidde de oudsten al een beetje voor op het ergste. Toen we thuiskwamen lag Rostje nog vredig bij Joske en Grijsje. Maar je hoorde dat hij het moeilijk begon te krijgen. De afspraak met de dierenarts was pas voor deze ochtend, dus veel meer dan hem wat knuffelen en liefde geven konden we niet doen.

Deze ochtend was Rostje heel flauw. Hij miauwde af en toe hartverscheurend en werd getroost door Jos en de kinderen. Maar de afspraak van 10.45u. kwam snel dichterbij en we waren realistisch genoeg om te weten wat die zou brengen. Door zijn open verhemelte kon hij niet drinken en met tandjes die zo naar binnen stonden zou hij ook nooit kunnen bijten. We wilden hem niet laten verhongeren en dus zat er niets anders op dan dat de dierenarts Rostje uit z’n lijden verloste. Na een laatste knuffel door de kinderen werd, twee jaar na Wiebe en Pjotr, opnieuw een putje gegraven achter de haag onder de hazelaar.

Joske loopt nu af en toe eens kort naar buiten, kijkt dan wat rond om vervolgens, bij de eerste piep van grijsje, terug naar haar doos te spurten, misschien wel teleurgesteld om slechts één jong aan te treffen. Het heeft niet mogen zijn.

20110515_rostje_00620110515_rostje_00520110515_rostje_00420110515_rostje_00120110515_rostje_00220110515_rostje_007

alfred jodocus

Wednesday, 11 May, 2011

Marthe is net terug van drie dagen boerderijklassen. Daar waar Cas nog naar bachten de kuppe trok voor zijn bosklas was het bij Marthe wat bescheidener. Zij trokken te voet naar de vierhoekhoeve in Gijzenzele, een volle 3,4 km van de leefschool. Ik wandelde mee als begeleider en om daar ter plekke de bedjes op te maken.

Aangezien Marijke ons had gedropt op school en daarna met Finn terug naar Scheldewindeke was gereden was ik aangewezen op mijn onderste ledematen om terug thuis te geraken. Een tochtje van een kleine 7 km langs stoffige landwegen, een spoorwegbedding en een overstromingsgebied. Het was toen ik m’n dagelijkse spoorlijn volgde dat ik plots tussen de 2 sporen een gepiep hoorde. Ik merkte een klein pluizig wezentje op dat struikelde over z’n veel te grote zwemvliespoten en dito keien tussen de dwarsliggers. Zonder zich te verzetten liet hij zich door mij optillen. Ik spitste de oren om de moeder te kunnen lokaliseren, maar hoe ik ook luisterde, er was nergens een mama te bespeuren. Er was daar in de directe omgeving ook geen poel of gracht, dus besloot ik m’n metgezel dan maar mee te nemen naar huis. Ik sloot het beestje in m’n handen die ik tot een nestje had gevouwen. Dat was precies wel naar de zin van Alfred, want algauw zat hij te knikkebollen en vielen z’n oogjes dicht. Nog even werd hij opgeschrikt toen een fazantenmama zich, met veel gevoel voor dramatiek, als een gewond dier voor m’n voeten wierp om zo de aandacht van haar jong, dat snel het hazenpad koos in het dichte struikgewas, af te wenden.

Toen ik de serre binnenkwam zat Finn een van z’n tractors te demonteren. ‘Papa’ klonk het, onmiddellijk gevolgd door een opgewonden ‘eenje‘. Het eendje, of correcter, het gansje, liet zich gewillig inspecteren door onze avonturier terwijl Marijke alvast een kartonnen doos ging halen. Het diertje werd op de kast gezet, kreeg een bakje water en een bewaker, want Finn kon niet snel genoeg de trip trap tegen de kast schuiven om zo een goed zicht te hebben over het diertje. ‘Kaka’ klonk het plots en daarna ‘nog kaka’.

20110509_alfred_jodocus_kwak_00220110509_alfred_jodocus_kwak_00320110509_alfred_jodocus_kwak_00620110509_alfred_jodocus_kwak_00820110509_alfred_jodocus_kwak_01220110509_alfred_jodocus_kwak_016

Er moest natuurlijk wel een oplossing gevonden worden voor het diertje. Naar Marijkes thuis, bij de kippen, of aan de beekkant. Naar school bij de kippen. In de tuin, maar met onze poezen in de buurt was dat geen goed idee. Dan toch maar de telefoongids erbij gehaald en het nummer van het Vogelopvangcentrum in Merelbeke opgezocht. ‘Ah, bij ons binnenbrengen, hé’ was het ietwat laconieke antwoord op de vraag wat de beste oplossing zou zijn voor het diertje.

Alfred verhuisde van een open naar een, tijdelijke, gesloten instelling [van de doos op de kast naar een met flapjes afgesloten kartonnen doos voor in de auto] maar werd korte tijd later ‘vrij’ gelaten bij een hoop van zijn soortgenoten die hetzelfde lot beschoren waren. Wanneer hij een fiere gans zal zijn wordt hij vrijgelaten en daar worden wij dan per mail van op de hoogte gebracht. Het Belgisch gerecht kan hier nog wat van leren zou je zo denken.

 

van die keer dat de zoon een poes werd

Friday, 11 March, 2011

Het was een heerlijk lentedag vandaag, zo een waaraan een buitenkind als Finn zijn hart kan ophalen. Hij struinde welgezind door de tuin, at nootjes met zijn broer, reed op de driewieler en schoof met R. en Cas van de glijbaan. Toen hij in de garage begon te rommelen, gaf ik hem zijn kleine kruiwagen, vulde die met wat poezenbrokjes en stuurde hem met de boodschap “geef de poes maar eten” op pad.

Vorige zomer heeft hij [zoals de meeste kinderen, vermoed ik] wel eens geproefd van die brokjes en in al mijn naïeviteit dacht ik dat dat volstond als ervaringsgerichte les. Niet dus.

Ik vond hem vandaag terug achter het tuinhuis terwijl hij met veel smaak een handvol poezenbrokjes naar binnen werkte. Wanneer ik hem erop wees dat hij toch geen poes is, kreeg ik alleen ‘miauw, miauw’ als antwoord, waarop hij vrolijk wegliep en nog snel een extra brokje in zijn mond stak. Een gat in de markt?