Author Archive

in de zandbak bij min zeven

Thursday, 2 February, 2012

20111031_finn_thuis_027Het vriest dat het kraakt [eindelijk!] en onze jongste telg zit in de zandbak. U leest het goed: IN DE ZANDBAK. Natuurlijk heb ik hem eerst op andere gedachten proberen brengen. Nee, Finn, het is te koud, nee, het zand is bevroren, nee, je kan niet in het zand spelen met wanten. Maar wanten zijn voor watjes, zo lijkt hij te denken. Dus staakte ik mijn verzet en liet hem begaan, in de veronderstelling dat de snijdende kou misschien meer effect zou hebben dan mijn sluitende argumenten. Maar hij blijkt een zoon van zijn vader [Geert grijpt pas rond het vriespunt naar een jas], want in plaats van snel terug binnen te komen vroeg hij aan zijn verbaasde broer en zussen of ze ook niet in de zandbak wilden spelen.

Hij heeft het toch een kwartier volgehouden, onze ijsbeer. Gelukkig doet wollen ondergoed wonderen. En ja, ook de wollen leggings komen deze dagen uit de kast, al hebben we er hier al een rondlopen die dit ‘niet cool’ vindt en nog liever kou lijdt. Ook van zijn vader, zeker?

 

zorg

Monday, 30 January, 2012

Zorgzaamheid mag dan misschien niet hip of trendy klinken, het is een waarde [nog zo'n 'ouderwets' woord] waar wij veel belang aan hechten. Een gesprek met een collega-mama zette mij hierover aan het denken en deed me inzien hoe diep het verankerd zit in onze opvoeding en in alles waar we voor staan. Dat gaat van zorgzaam omspringen met de spullen die je hebt [een evidentie lijkt me als je kiest voor mooie, kwaliteitsvolle producten], zorg dragen voor natuur en milieu, zorg dragen voor anderen en voor jezelf. Wellicht ligt onze perfectionistische aard en onze opvoeding [beiden product van de jaren '70 en grootgebracht door een huismoeder die noodgedwongen zorgzaam moest omgaan met alles] aan de basis hiervan en geert en ik zitten daarin gelukkig op dezelfde golflengte. Let op, het is een groeiproces geweest. Geert heeft de door zijn broer gekoesterde matchbox auto’s ontdaan van alles wat los of vast zat en had altijd ‘malchance’ met zijn fietsen. Het zit dus niet in de genen. Ook bij onze jongste brokkenpiloot is nog werk aan de winkel op dat vlak.

Ik las onlangs dat de financiële crisis en de onheilspellende klimaatberichten de mensen nostalgisch doen teruggrijpen naar wat ze kenden uit hun kindertijd. Naaien en breien blijken toch hip, ambachten zijn ‘in’,  jonge mensen leren weer hoe ze kledij verstellen, zelf brood bakken en vergeten groenten worden in ere hersteld. Een positieve evolutie als je het mij vraagt. Maar als ik rondom mij kijk en mijn roze bril afzet, zie ik toch dat dit iets voor enkelingen is en zeker geen gemeengoed. Al staat er vandaag een artikel in de krant waarin het zelfvoorzienend leven één van de trends van het ogenblik genoemd wordt. Maar onmiddellijk wordt daar de kanttekening bij gemaakt dat het vooral bij jonggepensioneerden een manier is om uit te pakken, een statussymbool als het ware. Jonge gezinnen doen het vaak vanuit een sterk milieubewustzijn en vanuit het idee dat het goedkoper is, al kunnen ze zich daar natuurlijk in vergissen.

In tijden van crisis wordt natuurlijk al meer op de portemonnee gelet en is het prijskaartje in veel gevallen bepalend voor de keuze. Daarbij vergeet men gemakshalve dat goedkope spullen meestal ook minderwaardig en dus sneller kapot zijn en je ‘in the long run’ beter af zou zijn met iets kwalitatiefs. Minder, maar beter, en daar dan zorg voor dragen natuurlijk, da’s zo’n beetje ons devies.

Enkele frappante voorvallen op school bevestigen mijn aanvoelen dat zorg allerminst de norm is. Meer een werkpunt voor als er eens tijd over is. Niet dus. We prijzen ons gelukkig met een aantal gelijkgestemde vrienden, maar het is confronterend om vast te stellen dat buiten ons eigen kleine wereldje die zorgzame houding vaak de duimen moet leggen voor onachtzaamheid en nonchalantie. Een mens vertrekt [naiëf, ik weet het] toch teveel vanuit zijn eigen waarden en normen. In ieder geval zijn we enkele illusies armer en – hopelijk – een les wijzer.

 

 

24 januari

Wednesday, 25 January, 2012

Gisterenavond laat lag ik in bed nog wat te mijmeren. Ik bedenk dat ik graag eens ‘zokken’ wil leren breien, net zoals mijn grootmoeder vroeger voor ons deed. Warm, de ideale manier om restjes wol op te gebruiken en als kind vonden we het ook bijzonder leuk om ermee te glijden op tegels [wel niet zonder risico's]. Als wij het in de familie over ‘zokken’ hebben weet iedereen dus wat je bedoelt, maar daarbuiten? Ik heb het niet over sokken, maar over dikgebreide, aansluitende pantoffels die tot  aan de enkel komen en die je over je kousen trekt. Meme Martha breide voor iedereen die dat wou ‘zokken’, aan de lopende band, zo leek het wel. Het is dan ook met de nodige nostalgie dat ik er een paar aantrek.

20090110_winterwandeling_moortsele_017Bij de gedachte aan meme voel ik plots de tranen in mijn ogen prikken. Vreemd, want ook al blijf ik haar missen en denk ik regelmatig dat ik het jammer vind dat ze enkel Cas gekend heeft, het grote verdriet is toch wat gesleten. Ik denk terug aan de koude wintermorgen waarop mijn moeder ons wakker belde om te vertellen dat meme gestorven was en met een schok realiseer ik me dat het dag op dag 9 jaar geleden is. Een week later, op de dag van haar begrafenis, was de wereld koud, wit en stil. Zoals het hoorde.

trainspotting

Sunday, 22 January, 2012

Finns voorliefde voor het molletje en Shaun the sheep, daar konden we ons volledig in vinden: goed gemaakt, uitgepuurd en aandoenlijk naïef [het molletje] of gewoon dolkomisch [Shaun]. Maar zijn nieuwste ontdekking doet ons toch twijfelen aan zijn goede smaak. Thomas the tank engine is lelijk [we moeten daar eerlijk in zijn], ouderwets en stelt bijzonder weinig voor qua verhaal. Toch is het een hit bij onze tweejarige. Hij raakt maar niet uitgekeken op de treinen-met-gezicht die van de brug vallen, vast komen te zitten in de modder of de sneeuw en dan heel pathetisch uitroepen: “Oh, the indignity!”. Je kan dit grappig vinden, maar ‘t is ‘not my cup of tea’.

De laatste weken speelt Finn dan ook bijna uitsluitend met treinen. Hij wisselt af tussen de houten trein, de duplo trein en de duploversie met batterijen, maar telkens zie ik hem de avonturen van Thomas de trein naspelen. Terwijl ik eerst tot vervelens toe zijn brug bouwde, heb ik nu door dat het de bedoeling is dat ze inzakt als zijn trein erover rijdt. En dat “Oh nee, trein valt nu!” gewoon de commentaarstem is bij zijn spel. Daarom zien we zijn liefde voor Thomas, Gordon, Percy en James nog even door de vingers, want blijkbaar is het een onuitputtelijke bron van inspiratie. Zouden trainspotters ook zo begonnen zijn?

 

naar school

Tuesday, 17 January, 2012

20120108_finn_007De meestgestelde vraag aan ons adres de voorbije week was ongetwijfeld ‘En? Hoe stelt Finn het op school?’ Waarop ik dan voor de zoveelste keer het relaas deed van zijn eerste dagen op de Leefschool.

De school is vertrouwd terrein voor hem, maar toch vreesde ik voor een hartverscheurend afscheid de eerste dagen. En terecht. Een kind dat iedere dag bij mama mocht blijven laat zich dat privilege niet zonder slag of stoot afnemen. Dus trok hij die eerste ochtend alle registers open en heeft hij, zo hoorde ik achteraf, wel een uur gehuild. De andere kindjes waren volgens de juf onder de indruk. Maar toen ze mochten schilderen stopte hij abrupt en wanneer ik hem ‘s middags ging halen was hij nog steeds druk in de weer met borstel en verf.

De volgende dag duurde de weerstand gelukkig maar tien minuutjes en sinds donderdag gaat het afscheid vlot en zonder huilen. Een hele prestatie als je het mij vraagt. Desalniettemin verklaart hij bijna iedere dag bij het ontbijt dat hij niet naar school gaat. ‘Ik vandaag thuisblijven, mama, nu zondag zijn.’ Ik negeer die boodschappen wijslijk en van zodra we de klas binnenstappen lonkt de zandtafel en begint hij vol energie putten te graven en bergen te maken. Na de nodige knuffels en kusjes mag ik dan voor een uur of 2 huiswaarts.

Tegen half twaalf rep ik me weer naar school, want voor een peuter die ‘s middags nog slaapt is zo’n halve dag vol nieuwe indrukken bijzonder vermoeiend. En vermoeide peuters zijn niet altijd op hun best. Vandaar dat ik op de vraag ‘was het leuk op school?’ soms een nukkige nee als antwoord krijg. Grappig genoeg antwoordt hij na zijn dutje op dezelfde vraag enthousiast ja! En hij speelt de vraag ook door. Zo vroeg hij deze morgen aan Marthe: ‘Marthe, leuk op school? Auto’s gespeeld?’