geitenwollensok
Sommigen zullen dit erover vinden, en ik geef toe, het heeft een hoog geitenwollensokkengehalte, maar onder het pretentieuze motto van tv-klusser Roger “wat je zelf doet, doe je meestal beter” heb ik gisteren seitan gemaakt. De seitan uit de winkel bevalt mij en de kinderen nooit helemaal en om het toch nog een kans te geven, wou ik het eens zelf proberen. Het was gisteren geen weer voor uitstapjes of lezen in de hangmat en met maar twee van de vier kindjes thuis [de meisjes zijn bij opa en oma aan zee] heb ik, bij manier van spreken, zeeën van tijd. De kelder was al opgeruimd, de zolderkasten aan een grondige inspectie onderworpen en wat doe je dan als je niet zoveel om handen hebt? Juist, in de keuken aan de slag gaan. Ik althans. Het ideale moment om zo’n arbeidsintensief werkje uit te proberen, want geert was met de zonen op wandel. Moeilijk is het zeker niet. Je hebt alleen broodbloem en sojasaus nodig. Aangezien hier nog steeds zes broodjes per week de oven ingaan, moest ik maar naar onze ‘kleine colruyt’ gaan om mijn benodigdheden. Negen trappen af, negen trappen op.
Seitan is eigenlijk niets meer dan de eiwitrijke gluten uit harde tarwe- of speltkorrels. Hoe ga je te werk? Je mengt de bloem met water tot je een bal krijgt en laat dit wat rusten. Nadien deel je de bal in stukken en spoel je het zetmeel eruit door te kneden onder stromend water. Dit deel neemt behoorlijk wat tijd in beslag. Het is gratis zen, eenvoudiger en goedkoper dan yoga. Met één blik op de tuin en in gedachten verzonken blijf je kneden tot de bal uit elkaar valt om nadien terug aan elkaar te kleven en te veranderen in een gele, taaie, kauwgomachtige bal. Dit kook je dan gedurende een uurtje in water met veel sojasaus en kruiden. Je kan het zelfs invriezen met wat kookvocht. Maar hier maakten we er vandaag een lekkere seitanstoverij van. Met frietjes!













