Sunday, 28 February, 2010
Deze middag tijdens het eten zei Cas dat hij het raar vond dat papa de was ophing. Hij vond dat toch meer voor vrouwen. Meer had ik niet nodig voor een omstandige uitleg over zinloze stereotypen en voorbijgestreefde rolpatronen. Marthe trad mij onmiddellijk bij door te zeggen dat iedereen moet doen waar hij goed in is. En ze vertelde over de les zedenleer [of godsdienst-zedenleer, zoals ze maar blijft zeggen]:
Marthe: “We kregen een lijst met speelgoed en moesten de woorden kleuren: rood voor meisjes, blauw voor jongens en groen voor allebei en ik had alles in het groen gekleurd, want ik speel ook graag met lego en Cas speelt bijvoorbeeld ook graag met barbies, hé mama.”
Cas, zichtbaar gekrenkt in zijn mannelijkheid: “Marthe! Ik doe ze gewoon graag kleren aan!” Het werd even stil, je zag hem vertwijfeld nadenken en toen, vol ongeloof: “Je hebt dat toch niet in de klas verteld?”
Marthe: “Jawel, Cas, dat is toch niet erg. Niemand zal daar mee lachen, hoor! Gijs ook niet, want dat is uw vriend. Juf Ellen zei dat het heel flink was van mij dat ik u liet meespelen.”
En voor haar was de kous daarmee af. Maar Cas was er toch niet helemaal gerust in.
Thursday, 25 February, 2010
Ik lees graag en ik kook graag. Voor het eerste moet je tijd hebben, maar laat dat nu net iets zijn waar je met vier kinderen soms een tekort aan hebt. Zou het ideale boek dan een kookboek zijn? Snel tussendoor enkele receptjes lezen, terwijl je met een half oog de kinderen in de gaten houdt? Misschien. Al ligt ‘Ons kookboek’ van ‘de boerinnenbond’ nu niet op mijn nachtkastje. Maar het staat wel in de boekenkast, geflankeerd door ‘Ons bakboek’ en ‘Jamie Oliver’. Ja, ook ik ben zo beginnen koken, op een gezellig kot in Gent. Het zijn klassiekers, maar ik moet zeggen dat ik ze nu nog weinig ter hand neem. Nigella Lawson mag wel af en toe uit de kast, vooral dan voor het bakken. En ‘Slow cooking‘, als ik zin heb om te watertanden. Die foto’s! Toch gebruik ik het niet zo vaak, net zo min als de andere mooie kookboeken in het rek. Daarom probeer ik al een tijdje aan de verleiding om nog meer kookboeken te kopen te weerstaan.
Ik kook vooral op gevoel [wat zit er in de koelkast en wat kan je daarmee maken?] of uit een van mijn kookschriftjes. Die schriftjes staan natuurlijk vol met recepten uit tijdschriften en boeken. Ook al koop ik er voorlopig geen meer bij, ik leen ze natuurlijk wel nog uit in de bibliotheek. En de recepten waarbij ik het meest zin krijg om in de potten te roeren, die worden overgeschreven in het schriftje.
Zo staat er opvallend veel van Tessa Kiros in dat schrift. Haar boeken zijn veel meer dan een verzameling recepten en eigenlijk echt wel het kopen waard. In ‘De smaak van mijn herinnering’ en ‘Alle smaken van de regenboog’ vertelt ze over haar jeugd en de gerechten die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. Dikke lees- en kookboeken vol familierecepten waar je een instant goed gevoel aan overhoudt.
Vorige week in de bibliotheek doorbladerde ik een boek waarbij de mooie foto’s en het dik, mat en zacht papier opvielen. Er stonden precies wel niet zoveel recepten in, ook al was het een dik boek, maar ik besloot het toch mee te nemen. Een zeer goed idee, zo bleek later. ‘A table’ van Jane Webster is het relaas van een Australisch gezin dat verliefd wordt op Normandië en besluit daar een kasteel te kopen. Het herstel van het verwaarloosde kasteel, hun nieuw leven op het Franse platteland en de voorbereidingen voor een eigen kookschool in Chateau Bosgouet, het spreekt allemaal behoorlijk tot de verbeelding. De ondertitel van het boek is ‘de culinaire joie de vivre van Normandië’ en het meeslepende verhaal wordt aangevuld met enkele typisch Normandische recepten. Met spijt las ik gisteren de laatste pagina’s. Dat zegt genoeg zeker? De komende weken zullen hier wellicht enkele Normandische klassiekers op tafel verschijnen.
En u? Waar haalt u uw inspiratie vandaan?
Tuesday, 23 February, 2010
En zo wordt hij zienderogen groot, onze Finn. Vandaag werd hij nog eens op de weegschaal gelegd bij Kind en Gezin en met zijn 8,540 kg zit hij op de P25-curve. Niet bij de diktsten, dus, maar eigenlijk worden appels met peren vergeleken, want de curves die ze hanteren gelden voor kindjes die flesvoeding krijgen. En die zijn op die leeftijd doorgaans heel wat ronder dan borstkindjes. Enfin, hij ziet er alleszins niet ondervoed uit, want heel vaak krijg ik, gevraagd of ongevraagd, te horen dat het wel ‘ne flinken’ of ‘ne kloeken’ is voor zijn leeftijd. Gezonde kaakskes en een levendige oogopslag, die doen het hem volgens mij. Hij zal zijn babyvet er dus niet moeten aflopen, zoals zo vaak gezegd wordt. Qua lengte zit hij dan wel weer mooi op schema: 72 cm, de gemiddelde lengte voor een baby van zijn leeftijd.
Voor de rest doet hij het ook prima: zitten, spelen, proberen kruipen, brabbelen, … Als we Cas mogen geloven heeft Finn al een uitgebreid vocabularium. Verschillende keren kwam hij mij enthousiast vertellen dat Finn zijn eerste woordje gezegd heeft – ja, hij zit er echt op te wachten, op dat gesprek van broer tot broer. Meestal was dat iets in de trant van geeuw, eeuw, ja of dada. Ik legde dan altijd uit dat hij gewoon klanken oefent, maar de laatste weken horen we er toch vrij vaak ‘mama’ in. Zou ik de eer krijgen?
En wat vond de dokter van zijn geestelijke en motorische ontwikkelingen? Geen idee. Na 1 uur wachten, met nog twee wachtenden voor mij, vond ik het welletjes. Ik heb zelf geconcludeerd dat hij het prima doet en ben naar huis gegaan. Zoiets leer je wel, na vier kinderen.
Sunday, 21 February, 2010
Deze namiddag heb ik met de drie oudsten in het Gentbos spulletjes gesprokkeld. Cas heeft volgende week vrijdag zijn volgende boekenexpo en voor de maquette die hij wil bouwen had hij wat bosprutsen nodig. Stevig gelaarsd trokken we het bos in, maar ik gaf ze nog één goeie tip mee: “Loop niet door het midden van de modderplassen als het niet nodig is.”
Nu verwachten jullie wellicht een verhaal over tot hun middel wegzakkende, plat-op-de-buik glijdende of halfweg de modder laarsverliezende kinderen. Stop dan maar met lezen en kijk gerust verder naar Studio 1 of de winterspelen op Nederland 1 [Cas vraagt zich af waarom er op onze tv (lees: TV1 / Canvas) geen spannende beelden van het skiën of bobsleeën te zien zijn]. Niks daarvan, welopgevoede kinderen, hé. Als ik het zelf al zeg.
Op de terugweg zei Lena plots [volledig terecht overigens]: “Maar papa, nu loop je zelf in het midden van de modder!” Ik verdedigde me met het argument dat deze modder eerder van het drassige soort was.
“Wat is dat, drassig?”, wou ze nog weten. “Wel, Lena, dat is niet supernat, maar toch wel een beetje”, probeerde ik.
Op zondagen na het avondeten is het vaak ‘badmoment’, zo ook vandaag. Marthe en Lena waren zelf al in bad gekropen, terwijl wij beneden de tafel nog afruimden en alles klaarzetten voor het maandagontbijt. Toen ik met de jongens bovenkwam, was Marthe al afgedroogd en in slaaptenue. Lena daarentegen is blijven zitten tot de laatste. Toen ik Finn een ‘frotting’ gaf met z’n handdoek ontstond deze korte conversatie:
- ‘Papa, het speldje in m’n haar steken lukte niet zo gemakkelijk.’ [bij niet- 'haarbad'-dagen steken de meisjes hun haar op]
- ‘Oh, Lena, het geeft niet als je haar wat nat geworden is, hoor.’
- ‘Nat niet, hoor,’ zei ze, ‘alleen een beetje drassig.’
Thursday, 18 February, 2010
We wandelen snel naar huis, Lena en ik. Ze was gaan spelen bij een vriendinnetje van school dat op 10 minuutjes stappen van ons woont. De eerste vijf minuten van de terugweg babbelt ze honderduit over haar dag. Over hoe leuk het was bij L. en wat ze allemaal gedaan hadden, over de pannenkoeken en de mooie barbiepop, … Maar dan valt ze stil. De wind blaast ijskoude lucht in ons gezicht en onder onze jas. Moeizaam stappen we verder. Enkele minuutjes van huis wordt het haar teveel: “Mama, ik kan niet meer, mijn beentjes zijn al slap!”