Als je hem uit zijn bedje haalt, als hij zijn lievelingsspeeltje krijgt, als Geert thuiskomt, als Cas gekke bekken trekt, als hij op zijn beentjes mag staan, als hij de poes te pakken krijgt, ja zeker dan, verschijnen er pretlichtjes in zijn ogen. En plots begint het mij te dagen: wij hebben gewoonweg Pretman in huis!
” In bad gaan is leuk en slapen is leuk. Het bad is warm en dat doet deugd aan mijn lijfje. En slapen, daar krijg je zo’n warm bedje van. Dat is alsof je op een schapenvachtje ligt.”
Vijf weken lang stond hij gezond en wel in onze huiskamer te schitteren. Maar nu driekoningen voorbij is, lijkt zo’n boom in huis plots kitscherig en wat misplaatst. Dus vlogen de ballen in de doos, de boom op de stoep en ‘s avonds laat op de brandstapel. Tijd voor ruimte en licht, tijd voor een nieuw en boeiend jaar!
Als kleine baby had Finn vooral bij zijn zussen veel succes, want baby’tjes zijn ‘zo schattig’, aldus Lena. Nu hij groter wordt wint hij bij Cas aan populariteit. En dat is zacht uitgedrukt, want zowat alles laat hij vallen om zijn kleine broer te entertainen, aan het lachen te brengen, te troosten, … Ik hoef het zelfs niet meer te vragen, Finn laat weten dat hij iets nodig heeft en hup, daar springt Cas ter hulp. Enorm schattig om te zien dat in die grote, stoere jongen van acht nog steeds dat lieve, zachtaardige jongetje zit.
Of zoals gisterenavond in de badkamer.
Cas: ‘Mama, vind jij mij lief?’
Ik: ‘Natuurlijk, Cas, heel lief zelfs. En ik vind het ook leuk dat je zo lief bent voor Finn.’
Cas: ‘Maar ja, mama, Finn is zo’n lieve en plezante broer. En hij lacht altijd met wat ik doe.’
Hij kijkt al uit naar het moment dat hij samen met Finn in de ‘grote kamer’ zal mogen slapen, waar Lena nu slaapt. Dan zullen ze samen nog wat met de legotrein kunnen spelen voor het slapengaan, zo fantaseert hij er nu al op los. Benieuwd of de liefde over enkele jaren nog steeds zo groot zal zijn.
Dat we hier graag koken en bakken zal intussen al wel duidelijk zijn. De Finse kaneelbroodjes waren bij iedereen vorige week zodanig in de smaak gevallen, dat ik gisteren zin had om eens de Zweedse variant te maken.
Ook daar heb je natuurlijk verschillende recepten voor, de door mij gekozen versie ging als volgt:
voor het deeg:
540 g bloem
100 g suiker
snuifje zout
60 g gesmolten boter
1 zakje droge gist
3 dl lauwe melk
voor de vulling:
100 g suiker
50 g boter
1 eetlepel kaneel
Je maakt deze kaneelbollen op dezelfde manier als de Finse broodjes alleen snij je om de twee centimeter een stuk van de opgerolde deegworst en leg je de stukken neer. Ook hier bestrijk je ze na de tweede keer rijzen met een losgeklopt ei en bestrooi je ze met suiker. Omdat ze wat kleiner zijn volstaat het ze 10 à 15 minuten te bakken op 200°C. Qua smaak leunen ze heel dicht aan bij de Finse broodjes, alleen de presentatie vind ik nog wat mooier. Ik had er gisteren zo’n kleine vijftig gebakken en zie, die zijn toch wel allemaal verdwenen zeker!