zonder titel
Daarstraks, op weg naar huis, kwam ik je weer tegen. Fris geknipt, gezwinde stap, recht op je doel af, zo leek het wel. Misschien nog maar eens op weg naar een of andere voorstelling, met vrijkaarten uiteraard. Zoals die keer, ‘t is inmiddels al een tiental jaar geleden, toen je me mee vroeg naar de KVS in Brussel voor een voorstelling van Shakespeares ‘De Storm’. Ik vergeet nooit hoe je na de voorstelling, in het foyer, doodleuk op Senne Rouffaer toestapte om te vertellen hoe fantastisch hij Prospero wel niet had neergezet op de scène, en hoe je ervan genoten had. Iets wat je wellicht van je moeder, mijn grootmoeder, hebt meegekregen, dat eerlijk en oprecht complimenteren, ongehinderd door schroom of verlegenheid.
Ik wou je net iets toeroepen toen ik plots twee meisjes jouw richting zag uitrennen. Je omhelsde ze en ze kregen elk een zoen. Ik werd wakker uit m’n dagdroom, draaide de hoek om en zag de reuzegrote plataan op het Prudens Van Duyseplein. Hij stond er een beetje triest bij, in zijn winters tenue, net alsof hij je ook mist, net als wij.













