Archive for February, 2011

dubbeldekker met nootjes en honingcreme

Sunday, 27 February, 2011

20110227_dubbeldekker met nootjes en honingcreme_002De lente die op zich laat wachten, voorjaarskoersen waar geen Belg in de voorste gelederen te bespeuren valt, een mens zou voor minder mistroostig lopen. Dringend tijd voor een opkikker dan maar. ‘Comfort food’ in de vorm van boter, suiker, honing, een eitje en bloem. Dit keer werd het een gemonteerd koekje met een heerlijke honingvulling. De meisjes waren maar al te happig om mee te helpen. Er dienden immers deegballetjes gedraaid te worden en dan valt het niet echt op als er af en toe eentje tussen neus en kin verdwijnt.

De ingrediënten [voor ongeveer 20 dubbeldekkers]

voor de koekjes

  • 225 g zachte melkerijboter
  • 140 g rietsuiker, hoeft niet al te fijn te zijn
  • 1 licht losgeklopte eierdooier
  • een paar scheppen [zelfgemaakte] vanillesuiker
  • 280 g patisseriebloem
  • een snuifje zout
  • 40 g ongezouten en fijngehakte noten [kunnen zowel cashew- of macadamianoten zijn of pijnboompitten]

voor de vulling

  • 75 g boter
  • 85 g poedersuiker
  • 85 g kwaliteitshoning [in ons geval zeer lokale en artisanale 'krishoning']

De stappen

Meng de boter [op kamertemperatuur en in kleine blokjes gesneden], de suiker en vanillesuiker en het losgeklopte eigeel tot een glad mengsel. Voeg er nadien de gezeefde bloem aan toe en laat nog even draaien tot je een mooie gladde massa krijgt. Draai van het deeg worsten van ongeveer 3 cm diameter die je, gehuld in huishoudfolie, voor een tijdje in de koelkast bewaart.

Ondertussen kan je de vulling prepareren. Meng hiervoor alle ingrediënten tot een mooie crème. Ik verwarmde hiervoor zowel de boter als de honing lichtjes tot ze mooi stroperig waren. Eens gemengd stort je de crème in een kommetje om deze te laten afkoelen.

Haal nu de gekoelde worstjes uit de koelkast. Snij deze in stukjes en rol er mooie bolletjes van. Plet ze met de palm van je hand en schik ze niet te dicht op elkaar op een bakblik voorzien van bakpapier. Voor de bovenzijde van de koekjes druk je ze nadien nog eens in een bord met de gehakte noten.

Bak ze ongeveer 12 minuutjes in een op 190°C voorverwarmde oven tot ze lichtbruin zijn. Laat ze even afkoelen op roosters en smeer nadien op de onderzijde van de koekjes de vulling. Dit mag redelijk gul gebeuren. Druk hierop telkens een notenkoekje en klaar is de dubbeldekker.

Bewaren kan wellicht wel, maar ik zou niet weten hoe lang, zo gaat dat hier ten huize.

20110227_dubbeldekker met nootjes en honingcreme_00120110227_dubbeldekker met nootjes en honingcreme_00320110227_dubbeldekker met nootjes en honingcreme_00420110227_dubbeldekker met nootjes en honingcreme_00520110227_dubbeldekker met nootjes en honingcreme_00720110227_dubbeldekker met nootjes en honingcreme_009

[ smaak: *** | presentatie: *** | bakgemak: ** ]

 

Het meisje met de zitbal

Monday, 21 February, 2011

AnPierlé&WhiteVelvet_00Het is een hele tijd het voorrecht geweest van nonkel Luc, het winnen van vrijkaarten. Nu neemt broer Peter de fakkel wat over. Zo kwam hij vorige week met het voorstel om samen naar An Pierlé & White Velvet te gaan zien in de Handelsbeurs in Gent. Aangezien ik die madam wel mag smaken en er op zaterdagavond toch niks wereldschokkends te gebeuren stond na de afwas van Marthes verjaardagsfeestje, stemde ik graag in. Ik herinner me nog goed wanneer ik haar voor de eerste keer hoorde. Het was ergens in 1996. Ik werkte nog bij Pieters Visbedrijf, reed nog met een Opel Astra en luisterde nog naar Studio Brussel. Ze had net haar passage gemaakt in de Humo’s Rock Rally en daar menigeen van zijn stoel geblazen met haar versie van Gary Numans “Are ‘friends’ Electric”. Het was op de terugweg naar huis en ik draaide de volumeknop van de Blaupunkt gezwind naar rechts: instant kippenvel. Het duurde nog een hele poos voor ik het nummer nadien nog eens hoorde. Het waren dan ook nog de dagen van voor “tinternet”.

Ondertussen zijn we al een paar cd’s en een bezetting verder. Sinds 2006 omringt ze zich met the White Velvet. Hierdoor krijgen de nummers meer bombast en volheid en wordt haar stem af en toe gecounterd door gitaargeweld of een drumpartij. Ik was niet zo wild van hun eerste cd, maar had wel goede zaken gehoord over hun jongste telg, ‘Hinterland‘. De verwachting was dan ook vrij hooggespannen toen we de zaal inliepen. Deze was voor de gelegendheid omgetoverd tot een soort club waarbij de stoelen en zitbankjes uit de foyer naar de concertzaal werden gezeuld. Dit gaf een zeer gemoedelijk sfeertje, maar zou er wel voor kunnen zorgen dat het publiek wat mak zou reageren.

Ze opende sterk met enkele nieuwe nummers afgewisseld met ouder werk dat door de bezetting (bas, drums, gitaar) vaak nog voller klonk dan op de cd’s. Een compliment overigens aan de technici, want het geluid was subliem: verfijnd en krachtig met zeer mooie detaillering in de instrumenten zonder de zangpartij te overstemmen. Haar ‘bindteksten’ stonden in schril contrast tot de vrij duistere, rauwe muziek. Ze waren bij wijlen hirarisch en absurd. Volgens haar te wijten aan een chronisch slaapgebrek (ze werd vorig jaar moeder van een dochter). Het toonde echter aan met hoeveel ‘goesting’ ze op het podium stond. Een kleine uitschuiver in ‘Helium Sunset’ werd met de mantel der liefde toegedekt en vergeven door een fabuleuze versie van het daarop volgende ‘Sorry’. Ook toen Koen Gisen zich bij de intro vergiste van nummer werd dit ludiek opgelost. Het speelgenot straalde af op het publiek, voornamelijk dertigers en veertigers, die maar graag binnen stapten in haar absurde wereld. In die wereld heeft ‘Il est cinq heures Paris s’éveille’ verdacht veel weg van een vette discohit.

Toen ze bij de eerste bisreeks kwam aanzetten met een acoustische gitaar en zich neervleide op een pianobankje op het midden van het podium grapte ik nog tegen broerlief: “subiet zet ze hier nog ‘Ein bischen frieden‘ in”. Mijn woorden waren nog niet koud of hupla, daar weerklonk Nicole, toch voor een maat of twee. Bij haar tweede bisnummer, ‘Mud Stories’, zat ze moederziel alleen op haar grote bal aan de piano, met een gedrevenheid als bij haar debuut, maar met ondertussen ook al 15 jaar prachtnummers rijker. Een zeer geslaagd einde van een memorabele avond.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Nu vrijdag ga ik overigens opnieuw met Peter naar muziek luisteren: DAAU in de kerk van Oudenbos. En wil het nu wel dat net An Pierlé op hun tweede plaat ‘We need new animals’ werd gevraagd voor het nummer ‘Broken’.

AnPierlé&WhiteVelvet_02AnPierlé&WhiteVelvet_04AnPierlé&WhiteVelvet_05AnPierlé&WhiteVelvet_06AnPierlé&WhiteVelvet_07AnPierlé&WhiteVelvet_08

zoon van zijn vader

Wednesday, 16 February, 2011

20110112_in_bad_007Blijgezind stapt hij door de dag. Het begint al bij de autorit naar school. Zoals veel jongens is hij verzot op vrachtwagens, kranen en tractoren. Hem hoor je dus niet klagen over de wegenwerken die al maanden aanslepen in het dorp. Vol enthousiasme roept hij iedere morgen vanuit de autostoel: “vawa” [Fins voor vrachtwagen] of “kraan”. Er zijn er weinig die hem ontgaan, het geluid is vaak al genoeg om de pavlovreactie in gang te zetten.

En dan het volgende hoogtepunt van de dag: de kippen van de leefschool. Hij roept al van ver “pikken, pikken”, gaat naar het hek en valt in bewondering op zijn knieën om ze goed te kunnen bekijken. De kippen lijken wel met blij deze welgemeende interesse van onze zoon. Voor de kinderen op school zijn ze niet zo bijzonders meer, maar Finn zit nog in de fase dat zelfs een steentje op de weg aandachtig bekeken en bevoeld moet worden. Soms is dat oponthoud lastig, maar vaak vind ik het gewoon schattig. Ik probeer het te zien als het ideale moment om ook wat meer aandacht te hebben voor alles om me heen. Niet zo evident in onze jachtige tijd.

Na zijn kort rendez-vous met de kippen springt hij op en roept geestdriftig “Bea, Bea, Bea!”. Eigenlijk blijft hij “Bea” zeggen tot we het zebrapad aan school oversteken en richting natuurwinkel stappen. Daar moet hij zijn aandacht verdelen over de tractor die in het speelhoekje staat en het koekje dat hij steevast van Bea krijgt.Wat een teleurstelling op Bea’s sluitingsdag of als mama niets nodig heeft.

En dan de terugweg. Maanden reden we tussen de velden door naar huis omdat onze straat openlag. Eigenlijk was dat wel leuk, want we zagen koeien en paarden, en ook die konden op Finns goedkeuring rekenen. Tot plots een stuk opnieuw berijdbaar is en een andere omweg gevolgd mag worden. Grote consternatie op de achterbank. Wild zwaaiend, luid roepend: “da, da, da!”. Hij dacht wellicht dat ik dement aan het worden was en de weg naar huis niet meer kende. Grappig hoe peuters zo aan routine hechten.

20110112_in_bad_005Wat ook opvalt is hoe kleine gebeurtenissen een grote indruk kunnen nalaten. ‘s Avonds in zijn bed wordt het woordje “pot” [kapot] vaak herhaald. Hoe zou dat nu komen, vraag ik me af. Net als zijn vader destijds [de verhalen over zijn gesneuvelde fietsen komen regelmatig ter sprake bij familiefeesten] heeft Finn behoorlijk wat ‘malchance’ met de dingen rondom hem. Auto’s verliezen zomaar wieltjes, boeken zijn plots gescheurd, het bad vertoont zomaar ineens sporen van een niet zo zacht contact met een metalen voorwerp, speelgoed ‘desintegreert’ ter plekke,… Enkel speelgoed dat de Finn-test doorstaat kunnen we echt degelijk noemen en tot onze grote verbazing is dat niet zo heel erg veel. Al een geluk dat hij de laatste in rij is, onze kleine vandaal. De zorgzaamheid die de anderen aan de dag legden, zit er bij hem blijkbaar niet in. Ja, er is nog werk aan de winkel, maar met zo’n grappige snoet kom je met veel weg, natuurlijk.

sphinx

Sunday, 13 February, 2011

20110213_ticket_rundskop_003Neen, ik ga hier geen politiek discours afsteken over de gebeurtenissen van de laatste weken in Egypte. Ik heb het over de cinema aan de Korenmarkt in Gent. Ooit, toen ik nog jong was en de bezitter van een weelderige haardos, was dat zowat mijn vaste cinema. Niet alleen de programmatie  was dik in orde: gericht op een cinefieler publiek en met een voorkeur voor Franse films [daar waar de Studioskoop eerder Brits gericht was], ook het café, toen nog op de eerste verdieping, werd zeer vaak gefrequenteerd. Na de film, maar vaak ook op zondagnamiddagen, waar je toen op je dooie gemak met een koffie of een thee en een lekker stuk taart kon genieten van het uitzicht en een goed boek [ja, zelfs ik heb ooit boeken gelezen, zij het vaak filmscripts of boeken over regisseurs]. Ik spaarde toen ook al mijn filmticketjes, voorzien van datum, titel en een quotering, in een weckpotje. Jammergenoeg is het potje niet meer.

Wel, dit weekend is het er eindelijk nog eens van gekomen. De oudste twee waren op weekend met de JNM naar De Populier in Velzeke en de jongste twee logeerden een nachtje bij Opa en Oma Asper. Van die kinderloze dag maakten we gebruik om in de laatste soldenbakken te graaien en een aantal zaken te halen die we alleen in de ‘stad’ vinden. Tussendoor nog eens door de gangen van de Ikea gewandeld [met in het achterhoofd de herinrichting van de erkerkamer tot de 'meisjeskamer', ergens deze zomer] en toen terug naar het centrum. Druk, wat zeg ik, megadruk. De Sint-Michielsparking zat ‘vol’ en zelfs in Ramen was er niet bijster veel plaats meer. Vanop de Sint-Michielsbrug zagen we toen al de staart van de rij aanschuivenden aan de kassa van de Sphinx. Even overwogen we nog om ons thuis in de zetel te nestelen met één van de dvd’s die dringend moeten bekeken worden, maar omdat de kans dat we snel nog eens naar de cinema zouden geraken even groot is als deze waarbij we de Lotto winnen [voor alle duidelijkheid, we spelen niet op de Lotto] schoven we toch maar netjes aan achteraan de “queue’.

En of het de moeite waard was? Op voorhand had ik bewust nog niks over Rundskop gelezen, al had ik – hoe kan het ook anders in deze gemediatiseerde wereld – wel al eens de trailer gezien. We zaten op een van de voorste rijen, in een houding die veel weg had van een boeing 737 bij take-off. Maar het wende wel en zo hadden we geen last van de chipsverorberende medemensen achteraan in de zaal.

De film wordt voorgesteld als een film over het hormonenmilieu, vetmesters en malafide vleesboeren. Persoonlijk vind ik de film veel meer dan dat. De omgeving waarin de film zich afspeelt is inderdaad zeer louche, maar au fond is dit een zeer persoonlijke film over een man die duidelijk niet goed in zijn vel zit. De films start dan ook zeer sterk met een poëtisch vergezicht en de off-screen stem van Matthias Schoenaerts die in een voor ons exotisch aandoend Truiens dialect een proloog brengt. Daarmee is de toon gezet. Vaak staan de geromantiseerde beelden van de boerenstiel, de mooie landschappen en de close-up shots van het imposante lichaam van de hoofdrolspeler in schril contrast met de rauwheid van zijn bestaan. Die balans blijft de film aanhouden tot het eind. Zelfs op momenten dat het er gewelddadig aan toe gaat spat het bloed niet van het scherm. De score van Raf Keunen, die hier zijn langspeeldebut maakt, is bij wijlen gezwollen, maar vervalt zeker niet in meligheid of overdramatisering. Vaak is de muziek niet prominent aanwezig, wat volgens mij een meerwaarde is voor een soundtrack, maar bij enkele scenes is het zeker een meerwaarde.

rundskop_afficherundskop_02rundskop_07rundskop_08rundskop_09rundskop_06

Ik overwoog nog even een nieuw weckpotje boven te halen, maar ik vrees dat het ticket er heel lang alleen in zou zitten. Er zou alvast wel met pen op de achterkant geschreven staan: Rundskop | 12 februari 2011 | *****.

vertrouwen

Sunday, 6 February, 2011

20101017_stam_gent_024Marthe is de enige van de kinderen die soms eens zin heeft in vlees. Om haar tegemoet te komen wordt hier heel af en toe wat biovlees gekocht [lees: gemiddeld één keer om de twee maanden]. Eten we buitenshuis, dan mag ze uiteraard zelf kiezen. Want hoe overtuigd ikzelf ook ben, ik wil natuurlijk niet dat ze later zegt dat ze nooit vlees kreeg thuis en dan van de weersomstuit een grote carnivoor wordt. Ze mogen dus af en toe hun stem laten horen bij het bepalen van het menu.

Gisteren vroeg ik dan ook terloops aan Cas of tofuworstjes goed waren voor bij de appelmoes [overdag mee op uitstap met de klas van Lena, 's avonds oudervereniging, tussendoor colruyt, een dagje met weinig tijd om te koken dus]. “Of heb je liever eens een echte worst?” opperde ik.
Cas: “Nee, hoor, mama, vegetarisch is zeer goed voor mij. Jij zegt altijd dat ik geen vlees nodig heb om groot te worden als ik mijn hele bord leegeet en ik doe dat, want ik vertrouw u.”

Een medaille voor mijn voorbeeldige zoon graag, hij verdient het!