Archive for October, 2010

kleine losbol

Thursday, 28 October, 2010

Binnenkort wordt Finn 17 maanden. Jawel, u leest het goed, 17 maanden. Bijna anderhalf jaar al mogen we genieten van ons guitig baaske. En genieten doen we echt, van deze laatste keer een peuter in huis. Niet dat het altijd even gemakkelijk is. Nadat ik hem voor de zoveelste keer uit de keukenkast haal, van de tafel pluk of de poes uit zijn wurggreep moet bevrijden, is ook mijn geduld soms op. Dan ben ik blij dat hij een dutje wil doen en ik even rust heb. Maar daar tegenover staat dat we voor de vierde keer mogen meemaken hoe interessant de evolutie van zo’n peuter is. Ook al beperkt zijn actieve woordenschat zich tot een twintigtal woorden, hij begrijpt zoveel meer. Wanneer hij moe is en ik vraag of hij wil gaan slapen, gaat hij spontaan naar de deur van de gang. Als dat niet gemakkelijk is! En dan moet ik snel zijn, want anders wordt hij ongedurig en denkt hij dat ik niet snap wat hij wil zeggen. Maar we begrijpen elkaar doorgaans zeer goed, mijn zoon en ik, al was het maar omdat we de hele dag samen zijn.

Hij houdt van ritme en regelmaat en weet vaak al vooraf wat er komen gaat. Wanneer we naar school rijden begint hij al voordat hij de wei met paarden kan zien, enthousiast ‘paa’ te roepen in zijn autostoel. Natuurlijk wijst hij ook de koeien aan met ‘paa’, maar dat is geheel volgens de regels van de taalontwikkeling. Zijn de weilanden leeg dan zegt hij laconiek ‘neeh’ (x 35 dan), misschien om mij te laten weten dat er niets te zien is en ik gerust op de weg kan letten.

Maar wat vooral opvalt aan onze kleine deugeniet is zijn vrolijkheid en zijn energie. Vol enthousiasme banjert hij door het huis, babbelend en brabbelend, van het ene stuk speelgoed naar het andere interessante object – liefst géén speelgoed, liefst iets kleins om mee te prutsen en liefst iets gevaarlijks. En dat hij gevaarlijk en roekeloos kan zijn, heeft hij gisteren eens te meer bewezen. Of nee, eigenlijk was het gewoon een stom ongeluk. Hij liep met zijn speelgoedtelefoon in de hand van de serre naar de keuken, struikelde over de mat en kwam met zijn voorhoofd keihard tegen het stenen opstapje terecht. Hij stond recht en huilde hard, dus ik was niet direct in staat van paniek, tot Lena naar hem toeliep en gilde: “bloed, mama, Finn bloedt!!”

20101028_finn_gabbe_001Een snee tot op zijn bot, wel vier centimeter lang, over zijn voorhoofd – Frankenstein was er niets bij. En dan ging alles in een stroomversnelling: zakdoekjes om het bloed te stelpen, kalmte bewaren, de andere kinderen sussen en geruststellen en de dokter bellen. Gelukkig woont die vlakbij, maar hij wou er zich niet aan wagen – te diep en op een plaats waar het wel zeer belangrijk is dat het mooi gehecht wordt. Dus moesten we even later toch nog naar de spoedafdeling, alwaar we snel en zeer correct geholpen werden. Gelukkig kon het gelijmd worden en Finn verbaasde dokter en verpleger door zijn kalmte. Welwillend onderging hij de hele procedure. Gelukkig mocht hij even later naar zijn eigen bedje en hoefden we niet ter observatie in het ziekenhuis te blijven. We kwamen er dus al bij al zeer goed vanaf. En vandaag liep hij alweer even roekeloos rond te banjeren, zich van geen gevaren bewust.

Quality time

Wednesday, 20 October, 2010

Zo omschrijven sommige mensen het half uurtje waarin ze op zondagochtend samen met de kroost naar Mega Mindy zitten kijken. Het mag wel wat meer zijn, dacht ik. Op de agenda stond al een hele tijd een matineevoorstelling in het NTGent te prijken. “Zoon”, van, door en met Raf Walschaerts [de oudere heflt van Kommilfoo]. Maar aangezien de meisjes bij Opa en Oma Wachtebeke logeerden en met hen naar een babyborrel gingen profiteerde ik ervan om er samen met onze oudste zoon een langer verblijf in Gent van te maken.

20101017_stam_gent_004Zo vertrokken we na een gezapig zondags ontbijt al ruim voor de middag naar de stad. Vorige week opende daar immers het STAM, maar omdat ik niet zo’n massamens ben, liet ik het openingsweekend wijselijk aan mij voorbijgaan. Zondag was een uitgelezen kans om onze schade in te halen. Een stralend herfstzonnetje, parkeerplaats vlakbij, niet te veel bezoekers, vriendelijk personeel, wat wil een mens nog meer?

Mijn persoonlijke opdracht bij het bezoek was tweeërlei: naast het ontdekken van het aangebodene focuste ik me op de presentatie, zowel analoog als digitaal, van de stukken. Ik heb een paar jaar geleden op het werk een voorstel geformuleerd om een virtuele toegang tot de Belvedère van de boekentoren te ontwikkelen. Een vliegertje dat wel even opging, maar al snel onder het stof terechtkwam. Met de nakende renovatie en het daarbij gepaarde afsluiten van de toren, is de nood aan een zicht-op-afstand echter prangender dan ooit.

20101017_stam_gent_021Ik had vernomen dat er in het STAM een aantal interessante projecten geïntegreerd waren. Zo kan je er aan de hand van kaarten en foto’s doorheen Groot Gent wandelen, [al is het eerder vliegen] en dit in vier verschillende periodes, gaande van de middeleeuwen tot vandaag. Ook is er een zeer hip project met Microsoft Surface tafels waarop je een eigen filmpje kan samenstellen dat even daarna wordt geprojecteerd op een videowall. Verder zijn er nog een aantal minder interactieve digitale presentaties en zijn er natuurlijk ook de infopanelen en bijschriftjes allerlei. Ik moet zeggen: er is met zeer veel zorg en oog voor detail gewerkt aan de voorstelling van de objecten. Een strakke, maar niet al te beperkende huisstijl wordt overal doorgetrokken en dat geeft alles een mooie eenheid. Leuke vondsten ook hier en daar, zoals het omplooien van de dibond-infopanelen en het uitfrezen van het zaalnummer erin. Infoplaatjes werden niet vastgevezen maar bijna ouderwets genageld. Er werd precies ook niet echt op een cent gekeken: het aantal projectoren, lcd-schermen, computers en audioposten is nauwelijks bij te houden.

Inhoudelijk is er een zeer logische opbouw die je chronologisch door de geschiedenis van Gent loodst. Om alles te zien heb je wellicht een paar dagen nodig, maar je kan op eenvoudige manier zelf je accenten leggen en daar blijven hangen waar je interesse het meest naar uitgaat. Zo was Cas zeer geïntrigeerd door het luikje over  de “rechtvaardige rechters”, heeft hij zich geamuseerd bij de filmfragmentjes en kon hij zich natuurlijk uitleven aan de Lego-tafel. Ware het niet dat we nog naar het NTGent gingen, hij zat er wellicht nog zijn eigen versie van het Belfort te bouwen.

20101017_stam_gent_00320101017_stam_gent_02620101017_stam_gent_03420101017_stam_gent_04720101017_stam_gent_04420101017_stam_gent_048

Oh ja, over “Zoon” vertel ik op een andere keer wel iets meer.

warme wol

Sunday, 17 October, 2010

20101017_wol_002Nu de herfst zich in al haar prachtige kleuren toont en ons houtkacheltje ‘s avonds gezellig brandt, wordt het tijd om ons voor te bereiden op de koude wintermaanden en wordt het tijd voor wol. Ik hou van wol. De postbode bracht Finse wol om voor Finn – hoe toepasselijk – wat truitjes te breien. Wol die geurt naar schaap, heerlijk vind ik dat. Niets synthetisch, niets 50% wol en dan nog wat anders, nee, echte wol, in de kleuren van het schaap: lichtbruin, middenbruin en donkerbruin. Als ik ermee bezig ben, denk ik: winter, kom maar op!

Maar ook de andere kinderen zullen deze winter warmpjes doorkomen. Ik vroeg de Sint alvast om dit jaar wat wollen ondergoed te brengen en in zijn brief uit te leggen dat het voor ons milieu belangrijk is je warm aan te kleden zodat de verwarming wat lager kan. Ik ben er vrij zeker van dat het niet in dovemansoren zal vallen bij de Goedheilige Man. En nee, voor je denkt aan de prikkerige hemdjes die je misschien als kind zelf moest dragen, het wollen ondergoed van tegenwoordig is superzacht en kriebelt niet. Ik heb er heimelijk voor mezelf ook eentje gevraagd voor in mijn schoen. Benieuwd of ik braaf genoeg geweest ben?

20101017_wol_006Zelfs ‘s nachts kruipen we tegenwoordig lekker onder de warme wol. Toen ons donsdeken aan vervanging toe was, wilden we een diervriendelijker alternatief en kozen we voor wol. Een goede beslissing, zo blijkt nu we er al ruim een maand onder slapen. Ook mijn hoofdkussen is van wol [Geert zweert bij zijn boekweitkussen], dus ik val in slaap terwijl ik aan schaapjes denk. En ik hoef ze niet eens te tellen.
Slaap zacht!

“Den nmbs”, als het goed is mag het ook eens gezegd

Tuesday, 5 October, 2010

Sinds een paar jaar spoor ik naar het werk. Na een kort intermezzo in het voorjaar, toen broer P. een auto teveel had staan op zijn oprit, stap ik nu elke ochtend gezwind om 6.53u. de trein op. Normaal zijn we met drie. Collega L. stapt een halte eerder op en reserveert zo ‘onze’ zit. P. vervoegt ons een paar haltes later.

20100730_pet_009Vorige week dinsdag had P. een trein vroeger genomen en was L. nog aan het rondleiden in de boekentoren, waardoor ik als ‘enige’ de 16.39 u. nam. Omdat ik nog wat werk had voor de leefschool gebruikte ik m’n reistijd nuttig en klapte m’n laptop open om nog wat verder te werken aan een strooifoldertje voor een koffiecafé en het greenteam. Ik was zo gefocust dat ik bijna m’n halte miste. In mijn haast vergat ik m’n pet, zo bleek de dag nadien toen ik die van het haakje in de keuken wou plukken.

Die zie ik nooit meer terug, dacht ik, maar toch vulde ik het formuliertje op de website in. Mijn ervaring met de nmbs en internet zijn te reduceren tot een repliek van onze stationschef. Toen hij bij het overtikken van de gegevens voor m’n eerste abonnement aan het vakje e-mailadres kwam, trok hij laconiek een streep door het door mij opgegeven mailadres en zei: ‘daar doen we hier niet aan mee, hé’. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik zondag op de voicemail van m’n gsm een berichtje ontwaarde van de stationschef van Zottegem dat m’n bruine klak terecht was en of ik ze niet liever daar kwam halen, in plaats van ze te laten opsturen naar Gent Sint-Pieters zoals ik op het webform opgaf.

Maandagavond combineerde ik een Colruytbezoek met het afhalen met m’n pet, zo dacht ik toch. Bleek echter dat die bewust pet zich ‘op papier’ niet meer in Zottegem bevond, ook al lag ze op de tafel achter de loketbediende. Aangezien het een hele papiermolen zou worden om ze alsnog mee te krijgen en er zich ondertussen al een aardige mensenslang had gevormd voor het enige geopende loket koos ik ervoor ‘het verloren voorwerp’ een laatste reis zonder begeleider te laten maken. Ik zou ze dan wel vandaag afhalen in Gent.

Zodoende diende ik me daarstraks aan aan de balie van de verloren voorwerpen in Gent Sint-Pieters, waar uitpuilende kasten smeekten om ‘ontlast’ te worden. Mijn pet, zo bleek, had een luxueuze reis in een zeer ruime doos achter de rug en na het afhandelen van een zeer beperkte papierwinkel en het betalen van de ‘administratieve kosten ten belope van € 3,8′ kon ik m’n hoofd terug tooien met het lederen ding.

Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam

Saturday, 2 October, 2010

De kinder- en jeugdjury is een vaste waarde bij ons. Cas gaat al sinds het eerste leerjaar, Marthe, en nu ook Lena, vanaf de derde kleurterklas. Over heel Vlaanderen lezen groepjes kinderen per leeftijd 10 geselecteerde boeken die ze dan samen in de bib bespreken, beoordelen en uiteindelijk zelf quoteren. Per leeftijdsgroep komt dan uiteraard een winnaar uit de bus, een literaire prijs door de kinderen zelf toegekend als het ware.

hoe het varkenWie deelneemt aan de kinder- en jeugdjury verbindt er zich toe alle boeken te lezen. Het lijkt een evidentie, maar soms valt dat wat tegen, zeker aangezien je maar één week de tijd krijgt om het boek uit te lezen. Maar daarnaast zijn er ook de ontdekkingen, de pareltjes, de boeken om van te smullen. Zo was het eerste boek dat Marthe dit jaar meekreeg meteen een schot in de roos. Ik heb zelden zo veel gelachen tijdens het voorlezen als bij ‘Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam’ van Gerda Dendooven. Van de illustraties word ik warm noch koud, maar de tekst maakt dit ruimschoots goed. Spitsvondige dialogen, een sappige taal  en een origineel ‘vertellingske’, een bewerking van een oud volksverhaal.

Ik schets even kort waarover het gaat. Onze Lieve Heer [ja, zo staat het er] wordt er door Gabriël fijntjes op gewezen dat hij zijn werk niet goed gedaan heeft. Er schort iets aan de ‘dierenafdeling’. Ze lopen roze en bloot en bovendien zonder naam op aarde rond. Na wat gefoeter geeft de Goede Vader toe dat hij tekortgeschoten is en na een blik op zijn drukke agenda belooft hij op donderdag weer neer te dalen om de dieren af te werken.  Ik laat jullie een stukje meelezen:

Bon, beste dieren, schep moed, heb geduld, we maken er iets moois van, en de eerste mag bij mij komen.’
Wel tien dieren sprongen tegelijk naar voor.
‘Ik, ik ,ik,’ riepen ze allemaal en bovendien tegelijk.
‘Jezus Maria Jozef, zo gaat het niet,’ riep Onze Lieve Heer geschrokken.
‘U daar, ja, u daar met die staart, komt u maar eerst.’
Maar ook dat hielp niets, want bijna alle beesten hadden een staart.
‘Bon,’ sprak Onze Lieve Heer, ‘deze dan maar.’
Hij trok een dier naar zich toe.
‘Zeg eens iets,’ zei hij tegen het beest.
‘Boe,’ zei het beest.
‘Mmmm, interessant. Boeit nog eens.’
‘Boe.’
‘Goed, zeer goed, dan bent u vanaf nu een boe.’
‘Ola, momentje, niet akkoord,’ kuchte Gabriël. ‘Een beest dat heet zoals het spreekt, dat is te verwarrend.’
‘Misschien moeten we dit beest een “moe” noemen of een “roe” of een…’
‘Koe,’ zei de Goede Vader streng.’Dit is een koe, right… en breng me nu maar mijn verfdoos.’
‘Beste koe,’ sprak Onze Lieve Heer, ‘kies uw kleur.’
‘Mogen het er ook twee zijn?’ vroeg de koe.
‘Vooruit dan. Maar haast u, want er zijn nog 42 000 wachtenden na u.’
De koe staarde voor zich uit en zei ten slotte: ‘Ik ga voor wit en zwart.’
‘Heel gedurfd,’ riep iemand vanaf de derde rij.
‘Sssst,’ sisten de anderen.

Om de zenuwen te bedaren dronk het varken de avond voordien een glaasje wijn. Enfin, eentje te veel in ieder geval, want op D-day slaapt hij zijn roes uit en komt dus te laat voor de grote metamorfose. In zeven haasten tovert God de Vader met zijn krultang nog een krulstaart en flaporen uit zijn hoed, maar veel meer zit er niet in [Onze Lieve Heer wil op tijd thuis zijn voor een aflevering van Idool], vandaar dat het varken nog steeds roze en bloot is.

Ik vind het verhaal bij momenten hilarisch, maar het rare is dat Cas en Marthe er heel wat minder wild van zijn. Natuurlijk zijn zij niet uit dezelfde oerkatholieke grond gestampt als wij en daardoor begrijpen ze wellicht de parodie niet helemaal. Bovendien is  humor iets wat je moet leren. En er is misschien ook hier nog wat werk.