Archive for June, 2010

pizza di mamma

Wednesday, 30 June, 2010

Zelf pizza maken is geen kunst, zeker niet met een bodem uit de winkel. De laatste tijd deden wij het op die manier, want zo kunnen de kinderen hun eigen versie samenstellen en voor sommigen hier is dat wel nodig. Marthe lust bijvoorbeeld alleen pizza zonder kaas, hoe moeilijk kan het zijn?

Maar enkele dagen geleden, al grasduinend in A’s vegetarische kookboeken, vond ik een recept om zelf een pizzabodem te maken en er stond bij dat het echt geen werk was. Gewapend met mijn kitchen aid gooide ik dus bloem, gist, suiker, zout, water en olijfolie bij elkaar en daar kwam een deegbol van. Die moest 15 minuten rusten, maar aangezien ik pas ‘s avonds pizza wou, heeft hij bij mij een hele namiddag de tijd gekregen om te rusten. Na de rusttijd werd het deeg in tweeën verdeeld, uitgerold tot twee pizzabodems en op een pizzablik (zo’n rond bakblik met gaatjes) gelegd. Terwijl de oven voorverwarmde, moesten de bodems nog 10 minuutjes rusten. Gaatjes in prikken met eenvork en 5 minuten voorbakken op 220°C, aldus mijn recept. Nadien bestrijken met olijfolie en naar eigen smaak beleggen. Nog een kwartiertje in de oven en je waant je in een echte Italiaanse pizzeria, of dat was toch wat Geert ervan vond. Ik vrees dat ik er niet meer vanaf kom met zo’n deeg uit de supermarkt.

Voor wie het zelf wil proberen, dit zijn de hoeveelheden voor 2 pizzabodems:

300 g bloem (mix voor pizza)
9 g gedroogde gist (3 theelepels)
1 theelepel suiker
1 theelepel zout (zout nooit direct in contact laten komen met gist!)
150 ml lauw water
2 el lijfolie

Foto’s zijn er niet van, want de pizza’s waren op voor we er erg in hadden.

welle en wee, ofte tips voor rommelmarktbezoekers

Sunday, 27 June, 2010

Het was alweer een tijdje geleden dat ik nog eens ‘gerommelmarkt’ had, maar vandaag is het nog eens gelukt. Op het programma stond het zichzelf tot grootste rommelmarkt van België uitgeroepen Welle. Wellicht is het het Aalsterse voorstedelijke dorp na de winst in ‘Mijn restaurant’ een beetje naar het hoofd gestegen. Of ze zijn nog nooit naar de rommelmarkt tijdens Kaaikes kermis in Eeklo geweest.

Als ze dan toch de grootste willen zijn enkele tips:

  • als je de bezoekers verplicht gebruik te maken van aan de rand gelegen parkings, zorg er dan voor dat
    • ze gratis zijn (neem eens een voorbeeld aan bijvoorbeeld Grammene waar er zelfs gratis pendelbusjes worden ingelegd)
    • er een duidelijk doorstroming kan zijn voor op- en afrijdende voertuigen
    • je bezoekers en deelnemers niet samen in dezelfde stroom steekt waardoor een ritje van amper 1km meer dan een half uur duurt
  • als je inwoners laat deelnemen, waar ik overigens niks op tegen heb, zorg er dan wel voor dat je er meer dan 2 in een hele straat vindt (zo is het niet moeilijk om tot een parcours te komen van meer dan 10km)
  • verbied in ‘s hemelsnaam die fietsen, zo’n trapper tegen je schenen van tijd tot tijd doet echt geen deugd
  • nog specifieker: verbied wielertoeristen, ik zweer het je, 3 groepen vonden het nodig de grootste rommelmarkt van Europa met hun bezoek te vereren
  • sta elektrische rollators enkel toe mits geldig medisch attest
  • voorzie meer dan  2 openbare toiletten, zo voorkom je rijen nog langer dan bij de start van de solden
  • verplicht iedere handelaar die voeding verkoopt om op zijn stand een vuilnisbak te plaatsen, dan is de kans dat je in een achteloos weggeworpen pak friet met stoverijsaus en mayonaise trapt (was gelukkig niet zelf het slachtoffer)

Voor de rest:

  • het was heet, maar dat straalt positief af op de mensen (toch zeker in de voormiddag)
  • het was een zeer rare markt, een soort samenraapsel van verschillende types:
    • in de straten in en vlak rond het centrum een mix van bewoners en ‘professionals’ , met de daarbij horende ‘marchandise’
    • in de straten daaromheen nog vaak bewoners, maar ook mensen uit de naburige dorpen met als hoofdproduct zolder, kelder en tuinhuisopkuisdingen, mijn lievelingssnuisterijen
    • verspreid over deze delen van het parcours vond je ook een paar ‘mijn nonkel is net gestopt met zijn atelier en ik mocht alles aan de man brengen’ en ‘mijn boekhouder verplicht me m’n overstocks nu toch eens ten gelde te maken’; soms tegen woekerprijzen, soms waren er slagen te doen
    • in de nieuwe straten en wijken: om de vijf huizen een biertent op een oprit en in de voortuin plastieken prullen: te mijden dus, tenzij je een doctoraat schrijft over lokale radio’s, want die schallen daar oorverdovend door de boxen (in elke straat zit wel een feesten-dj die zijn diensten aanbood)
    • de lokale zwarte bevolking was zeer kooplustig en ze lijken zeer goed ingeburgerd
    • die aalstenaars verstaan die ollanders echt niet, een tolk voor simultaanvertaling die je kan oproepen zoals de belbus zou een optie kunnen zijn

En de buit?

  • kladschriftjes en kladblokken (van dienen overstock)
  • lichte transparante en zware auberginekleurige glazen kerstbollen
  • een groene fez (zoals Tommy Cooper of Gunter Lamoot tijdens zijn Veronique sketches)
  • en klos ruw touw
  • een hoop houten ringen met belletjes aan
  • 2 puzzels van 36 stukken van djeco, bijna niet mee gespeeld, aan een tiende van de nieuwprijs
  • 6 oude St. Sixtus glazen, inclusief jaren oud stof
  • een aantal lederen veters waarvan er een samen met een koperen klokje werd omgetoverd tot roomservice-voor-ziek-kindje-belletje
  • nog wat ander klein grut

Nog ter verdediging: ik mag eigenlijk niks meer meebrengen wegens overvolle kasten en zolders, maar ja, met lege handen thuiskomen is natuurlijk ook een beetje onnozel.

En u, waar komt u mee thuis na een rommelrooftocht?

Tommy Cooper

roots

Thursday, 24 June, 2010

In Scheldewindeke ben ik, volgens de bakkersvrouw althans, een ingeweken stedeling. In Gent was ik eerst kotstudent en daarna een ‘blijven-plakker’. Tijdens m’n jeugd liep ik school in het Waasland, meer bepaald in de raap-en-rooster-stad Lokeren. Daarvoor stond mijn school in Wachtebeke, waar ik niet werd verwekt, maar wel sinds m’n geboorte woon, weliswaar als kind van economische vluchtelingen. Sidmar was in volle expansie en trok werkvolk aan van uit de ruime omgeving. Mijn ouders woonden tot dan in Gent, maar komen allebei uit de streek met de lelijkste naam: het meetjesland. Dit, met enige overdrijving, nomadische bestaan zorgt ervoor dat ik geen echte ‘heimat’ heb.

Thuis spraken we geen ABN zoals dat in die tijd nog heette, maar een tussentaaltje. Met mijn Wachtebeekse vriendjes kwamen wat lokale klanken mee, maar omdat Wachtebeke net tussen het meetjesland en het waasland in valt, is dat een beetje mossel noch vis. Eens in Lokeren werd de ‘a’ al wat palataler en sloop er hier en daar wel een ‘neig’ in mijn vocabularium. Van mijn studententijd in Gent hou ik voornamelijk Westvlaamse invloeden over van de studie-, kot- en bedgenoten (niet dat die drie steeds in één persoon vervat zaten). Dus ook op taalgebied heb ik niet echt een uitgesproken identiteit, tenzij je vlaamsch as such zou benoemen.

En toch, ergens voel ik toch een verbondenheid. Als ik op een verloren avond door Gent dwaal voel ik me nog steeds een beetje Gentenaar. Ik passeer nog jaarlijks eens op de Lokerse feesten waar ik dan wat vage bekenden tegen het lijf loop, maar sterk is die band niet meer. Ik was dan ook slechts zes jaar pendelaar en de vriendschappen met de middelbare schoolvriendjes bestaan enkel nog als ‘verbinding’ op facebook. Wandelend in Wachtebeke en zeker op de grens met Moerbeke voel ik me meer verbonden met de natuur daar dan met de mensen.

En toch, bloed kruipt waar het niet gaan kan zeker. Een aantal maal per jaar passeer ik Eeklo, de stad waar mijn vader opgroeide en waar nog steeds een groot deel van de familie woont. Omdat ik gisteren toch te vroeg was voor mijn afpraak liep ik even langs bij  het graf van oma en opa, op het oude deel van het kerkhof. 1912-1983 staat er onder Richards naam. Ik had er nog nooit echt bij stilgestaan, maar vandaag maakte ik het sommetje. Mijn vader was pas 39 toen hij zijn vader verloor. Plots, zonder aanleiding, op reis in Spanje. Eind augustus wordt ik zelf ook 39. Op zo’n momenten voel je toch een hechte band met je ‘voorvaders’, je roots, of hoe je het ook wil noemen. En ook al waren zij op hun beurt ook inwijkelingen uit het naburige Maldegem, toch heb ik het gevoel dat mijn wortels ergens verstrengeld zijn met deze van de grote beuken op het kerkhof van Eeklo.

Voor het eerst ben ik ook langsgeweest bij de sobere gedenksteen voor (nonkel) Luc. Ondanks het zonnetje en het warme briesje kreeg ik toch weer kippenvel. We zijn nu bijna tien maanden verder, maar nog dagelijks kruist hij mijn gedachten, vaak in kleine, alledaagse dingen. Gisteren bijvoorbeeld las ik een artikeltje over Simon and Garfunkel. Het was nonkel Luc die ons hun muziek leerde kennen. In zijn eigen ‘living’ naast zijn slaapkamer, op de eerste verdieping bij oma, waar hij als vrijgezel woonde, had hij een collectie mooie platen, grotendeels bijeengesprokkeld uit Londen, het muziekmekka uit die tijd. De uren die ik daar, in dat kleine universum, spendeerde staan voor altijd in mijn geheugen gegrift.

Op de terugweg luisterde ik naar Radio 1. Er werden vrijkaarten uitgedeeld, maar ditmaal niet aan Luc Roels uit Eeklo.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

bibberke

Tuesday, 22 June, 2010

20100617_jonkies_003Dat het grijze katertje bij ons mag blijven wonen staat vast, maar hoe dat poesje vanaf nu moet aangesproken worden, daar zijn we nog niet uit. Het is natuurlijk ook niet eenvoudig. Het moet bij Findus en Joske passen, het mag niet te lang zijn, liefst origineel [Eugène is al in gebruik bij de overburen, dju toch], maar ook niet te moeilijk voor de kinderen. Etienne valt dus af. Net zoals al die typische poezennamen à la pluisje, grijsje, minoes, poesie en felix.

Telkens als we een nieuwe kanshebber bedenken, schrijven we de naam op de doos waar Joske met haar kroost in ligt. Een greep uit het voorlopige aanbod: Tuur, Titus, Otto, Tos, Juul, Rover, Roef en Jeff. Vanmorgen had Marthe er nog een nieuwe bij: Bibberke. Ze had een poesje vast dat nogal bibberde in haar hand en vond dat een gepaste naam. Lena is trouwens ook creatief met woorden de laatste tijd. Volgens haar ‘mijanken’ de poesjes soms.

to eat or not to eat…

Monday, 21 June, 2010

dieren_eten_jonathan_safran_foerVorige week bracht de postbode ‘Dieren eten’ van Jonathan Safran Foer. Op de achterflap springt een uitspraak van J.M. Coetzee in het oog: “Wie na het lezen van Dieren eten deze producten nog consumeert is of harteloos of ongevoelig voor de rede, of beide.” Deze boutade leek mij vooral bedoeld om de lezer nieuwsgierig te maken. Maar ik was natuurlijk gewaarschuwd. Een vriend die enkel kip en vis eet, durft het boek voorlopig niet te lezen, uit schrik dat hij daarna ook daar geen zin meer zal in hebben. En terecht.

Tijdens het lezen dacht ik af en toe: Damn you, Jonathan Safran Foer, nu kan ik nooit meer ongecompliceerd genieten van een stuk vlees of vis. Ik kan nooit meer doen alsof ik niet weet welke gevolgen dieren eten heeft. En ik wist ook meteen dat ik dat niet zonder slag of stoot verkocht zou krijgen aan de andere tafelgenoten hier ten huize, vooral Geert dan.

Foer stelde zichzelf de vraag waarom we vlees eten en of we ook nog vlees zouden eten als we wisten hoe het op ons bord kwam. Voor hij dit boek schreef was hij afwisselend vegetariër en vleeseter, maar met de komst van zijn eerste zoon wou hij weten hoe het er in de vleesindustrie aan toe gaat om een verantwoorde voedselkeuze voor zijn kinderen te kunnen maken. Onbevangen gaat hij drie jaar lang op onderzoek en laat zowel voor- als tegenstanders aan het woord. Vooral de contra-argumenten zijn talrijk en beresterk. Vanuit ethische, ecologische, economische zowel als gezondheidsoverwegingen is het onverantwoord vlees te eten, aldus de auteur.

Let op, niet iedereen hoeft van mij nu op stel en sprong vegetariër te worden. Maar in plaats van elke dag uit gewoonte een lap vlees op je bord te leggen, zou het niet slecht zijn om daar wat vaker stil bij te staan. Waarom geen sunday meatday in plaats van donderdag veggiedag?  Iedere dag veggie en heel af en toe eens met? Maar ik word hierin wat tegengewerkt door manlief. Ja, als het boek iets doet, dan is het zeker controverse opwekken. Het heeft de discussie hier in ieder geval serieus aangewakkerd. Geert wijst me er fijntjes op dat het een Amerikaanse auteur is die de situatie aldaar beschrijft. Hij denkt dat de vleesindustrie in Europa beter gereglementeerd en gecontroleerd is. Ik hoop het, maar ik vrees dat dat misschien naïef is. Bovendien haalt hij aan dat ook groenten en fruit vol chemische brol zitten en dat je niets meer zou willen eten als je alles zou weten. Ik vind dat een rare redenering. Is het omdat drinken ook ongezond is dat je niet moet stoppen met roken? Ik spits me teveel toe op vlees en vis als grote boosdoeners omdat ik nu toevallig dat boek gelezen heb, aldus Geert. Maar hij heeft het niet gelezen en koppig als hij is zal hij dat ook niet willen doen, vrees ik. Of is het omdat hij gewoon niet graag leest? De zin in vlees zou hem nochtans snel vergaan.

Eén troef heb ik alvast in handen. Zolang ik kok van dienst ben, bepaal ik wat er op het bord komt. En voorlopig mort het volk nog niet.

Hello world!

Friday, 18 June, 2010

Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start blogging!

aartbijjen

Friday, 18 June, 2010

Vandaag kregen de kinderen van het eerste leerjaar op het forum hun leesdiploma. Het forum is een tweewekelijkse ‘kring’ voor alle leerlingen van de leefschool, waarop projectnieuws gemeld wordt, maar ook ruimte is voor ‘vrije expressie’. Om te tonen dat de eerstejaars niet alleen al flink kunnen lezen, maar ook al behoorlijk kunnen schrijven – met een zeer vrije spelling weliswaar – mochten enkele kinderen een zelfgeschreven verhaal voorlezen. Dit was Marthes verhaal. Het werd voorgelezen door een leerling van het tweede, maar Marthe stond er bij te glunderen.

20100605_thuis_001

er was eens een mijsje dat un groote tuin hat met aartbijjen
maar ur was al un maant geen reegen
daar door groejde de aartbijjen niet
dus ze gin naar de wolke en ze vroeg wolk laat het eens reegnen
maar zij de wolk dan moet ik wel kunen weenen
maar hoe kan ik weenen
denk aan iets triest en de wolk deet dat en zoo groejde de aartbijjen

Verkocht

Thursday, 17 June, 2010

Na amper tien dagen hebben we voor alledrie de poesjes al een liefdevol adoptiegezin geregeld. Nummer vier blijft gezellig bij ons. Gelukkig moeten ze allemaal nog minstens zes weken bij ons blijven, want ook wij zijn al helemaal verkocht, verknocht zelfs, aan die donzige diertjes in de doos. Zo klein en al duidelijke karakters. En Joske die zich als een volleerde mama over haar kroost ontfermt, ja, we zijn daar eigenlijk wel wat fier op!

witte chocoladekoekjes

Monday, 14 June, 2010

Aan de vooravond van een heus feestweekend, terwijl Finn sliep en de oudste drie op school zaten, werden er hier nog maar eens koekjes gebakken. Ik wist dat Geert er wou maken, maar eigenlijk geen tijd had. Dus bond ik de schort maar voor en grasduinde in zijn favoriete boekje van het moment: ‘500 koekjes’. Mijn oog viel op de witte chocoladekoekjes. De kinderen mochten proeven na schooltijd en aan de reacties te merken was de keuze geslaagd.

dit heb je nodig

  • 115 g boter
  • 200 g fijne kristalsuiker
  • 1 ei
  • een ‘schudding’ uit de vanillesuikerpot
  • 240 g patisseriebloem
  • 1/2 theelepel bicarbonaat [zuiveringszout]
  • 1/2 theelepel bakpoeder
  • een mespunt zout
  • 225 g fijngehakte witte chocolade

zo draai je het in elkaar

Omdat ook dit snel-snel koekjes zijn begin je met het voorverwarmen van de oven op 190°C. Daarna mix je de boter, suiker, vanillesuiker en ei luchtig. Voeg de gezeefde bloem samen met de andere droge ingrediënten toe aan de romige botermassa.

Draai van de vrij vaste deeg balletjes en druk ze zachtjes plat. Verdeel ze over een met bakpapier bekleedde plaat en laat zo’n 5 cm tussenruimte. Bak ze voor 8 à 10 minuten en laat ze nadien afkoelen op een paar roosters. Onze koekjes waren niet al te groot en het lukte ons er een 60 tal te maken, goed voor een koekenpot vol.

20100612_witte chocoladekoekjes_00120100612_witte chocoladekoekjes_00420100612_witte chocoladekoekjes_00520100612_witte chocoladekoekjes_00920100612_witte chocoladekoekjes_01220100612_witte chocoladekoekjes_007

[ smaak: **** | presentatie: *** | bakgemak: **** ]

vijf

Sunday, 13 June, 2010

Vijf jaar geleden werd Lena op vaderdag geboren. Wat een cadeau! Ik herinner me nog levendig hoe mooi ik haar vond toen ze voor het eerst op mijn buik lag, zo kort na middernacht. En nog steeds weet ze ons allemaal te charmeren, met haar guitig snoetje, haar open blik en haar enthousiasme. Nauwelijks te geloven dat dat kleine meisje al vijf wordt.

Ze keek reikhalzend uit naar de grote dag. Onze poes zou jongskes krijgen rond haar verjaardag, dus hoe dikker Joske werd, hoe dichter die verjaardag kwam. Maar Joske wachtte niet tot 12 juni, maar bracht haar kroost al op Finns verjaardag ter wereld. Een extra troef op haar verjaardagsfeest. Wie het even wat rustiger aan wou doen, wie wou uitblazen van het buitenspelen, het trapezeslingeren of het hangmatzwaaien, die ging gewoon even bij de kleine poesjes zitten. Want wie wordt niet vertederd door zoveel snoezigheid?

Het feest startte al om 12 uur en gelukkig brachten de genodigden de zon mee. Na een aperitiefje werden de buikjes gevuld met zelfgemaakte minipizza’s. Iedereen mocht kiezen wat hij erop wou. Een succesformule, want alle bordjes waren in een mum van tijd leeg. Sommigen schoven zelfs aan voor de tweede ronde. De gaatjes werden nadien nog opgevuld met een ijsje, een koekje of een snoepje. Het is per slot van rekening niet elke dag feest.

20100612_verjaardag lena_00220100612_verjaardag lena_00820100612_verjaardag lena_01320100612_verjaardag lena_01520100612_verjaardag lena_02020100612_verjaardag lena_025

Of toch? Ook vandaag, op zondag, ging het vieren verder.  De familie mocht deze keer aan de feesttafel aanschuiven. Op Lena’s verzoek werd er chocoladetaart met aardbeien en rijsttaart gebakken. Er werden liedjes gezongen voor onze twee jarigen, kaarsjes uitgeblazen en cadeautjes opengemaakt. Gelukkig bleef het ook vandaag droog en mochten de mooie feestslingers in de perenbomen blijven hangen.

En morgen wordt de feestmarathon afgesloten met een feestje in de klas. De chocoladecake staat klaar, evenals de ingrediënten voor de ‘fruitbroketjes’ [zoals Lena fruitbrochettes steevast blijft noemen], het klascadeau, door Lena vakkundig uitgekozen, is ingepakt. Het grote, zachte konijn uit de verjaardagskoffer wordt nog eens extra geknuffeld en mag een laatste keer bij Lena in bed. Morgen moet hij terug in de koffer, terug naar school. Tot volgend jaar.