Josje

Published by on Monday 26.10.2009 at 23:49 in beestenboel | familiezaken

Na de dood van Wiebe en Pjotr bleven we uitkijken naar een nieuwe speelkameraad voor Findus. Gelukkig zochten vrienden mee. Vriendin J. belde vorige week dat een vriendin van haar nog twee tijgertjes had, waarvan eentje bestemd was voor haar tante, maar door omstandigheden ging die adoptie niet door. Of wij ge├»nteresseerd waren. Ik stuurde Geert op pad om eens naar die poesjes te gaan kijken. Dat had ik misschien beter niet gedaan, want ‘s avonds kwam hij thuis met TWEE poesjes in de mand. En toen we die eruit namen bleken het geen kleine poesjes, maar al halfvolwassen poezen van 4 maanden oud. Ik weet dat kleine poesjes snel groot worden, maar als we dan toch een nieuwe viervoeter in huis krijgen, wil ik het eerste stadium liefst niet overslaan. Want geef toe, wat is er snoeziger dan een piepklein, zacht poesje. Niet dat Peppie en Kokkie – zoals ze door ons al snel gedoopt werden – niet lief waren, zeker niet. Ze voelden zich hier ook onmiddellijk thuis. Maar drie poezen vond ik van het goede teveel. En zou Findus zijn terrein wel willen delen met het olijke duo? Zou hij weer, zoals zo vaak met vreemde poezen in de tuin, het onderspit moeten delven? Ik vond het wat unfair tegenover hem, zo twee spitsbroeders op zijn dak. Dus werden goede adoptieouders gezocht voor Peppie en ging Kokkie terug naar zijn eerste baasje. Findus was weer alleen baas ten huize Roels.

Maar niet voor lang. Plots kreeg ik van H. een foto in mijn mailbox. Een mooi tijgertje staarde in de lens en was blijkbaar nog op zoek naar een warm huisje. Ik was onmiddellijk verkocht. Maar deze keer nam ik geen risico’s en zou ik zelf op prospectie gaan. De ‘eigenaars’ hadden een tijdje geleden een vreemde moederpoes met nest gevonden in hun tuinhuis. Het tijgertje was wat schuw, maar liet zich toch ook soms vastpakken. Soms. Maar niet als ik op bezoek kwam… Plan B ging in voege: ik ging naar huis, liet het mandje daar en ze zouden ons bellen als de poes in het mandje zat. Voor ik weg ging, kreeg ik nog een kruisverhoor van de jongste dochter des huizes: of ik wel wist hoe je voor poesjes moest zorgen? En of ik kindjes had die met het poesje zouden spelen? En hoe oud die kindjes dan wel waren? En hoe we haar zouden noemen? Toen bleek dat we nog geen naam in gedachten hadden, vertelden ze dat zij het poesje altijd ‘Josje’ noemden. En dat vond ik eigenlijk wel een mooie naam.

Op weg naar huis had ik wat twijfels bij mijn keuze. Zou het mooie poesje wel tam te maken zijn? Ik waarschuwde de kinderen dan ook alvast dat het poesje dat binnenkort zou komen nog wat schuw was en dat ze er nog werk aan zouden hebben. Maar, zoals Marthe wijselijk zei: “Mama, als jullie het niet kunnen nemen, dan zal ik het wel doen, want ik ben een dierenvriend en ik wil later dierenarts worden.” Ooo, die plotse herkenning van jezelf in je kinderen!

Toen de kinderen al een tijdje in bed lagen, ging de telefoon. Het was gelukt! Bij thuiskomst zat er een bang poesje in het mandje, maar ze liet zich toch vastpakken. Na een hele avond op onze schoot, leek Josje al wat minder angstig. Deze morgen liet ze zich gelukkig gewillig strelen door 3 paar grijpgrage handjes. Mijn vrees voor een mensenschuwe poes bleek dus ongegrond. Ze geniet zichtbaar van al de aandacht en ligt op dit eigenste moment naast mij in de zetel te spinnen. En nu duimen dat het ook met Findus klikt.

1 Comment to Josje

  1. Margo says:

    October 27th, 2009 at 8:50 pm

    Mooie naam! Maar wellicht geen geheel toevallige keuze… (of hebben jullie de K3 heisa helemaal gemist?)

Leave a comment

´╗┐