kweeperen

Published by on Sunday 11.10.2009 at 11:12 in familiezaken | tuinsprokkels

Toen we een paar jaar geleden op zoek gingen naar een nieuw fruitboompje om tussen de bessenstruiken te zetten kwam ik al snel met de kweepeer op de proppen. De vruchten zijn esthetisch misschien niet de mooiste en uit het vuistje kan je ze al helemaal niet eten, toch ik vind ze vormelijk zeer interessant en ze geuren ongelooflijk lekker.

Die geur brengt me terug naar mijn grootmoeder langs moeders zijde, Bomma mochten we haar noemen. We moeten eventjes een goeie 20 à 25 jaar terug. Bomma woonde toen nog in haar huis in de Kerkstraat in Waterland-Oudeman. Langs het poortje aan de rechterzijde kwam je eerst in een bloementuintje met daarachter een pad. Het pad, dat tevens de scheidingslijn was tussen de moestuin van Bomma en deze van de buur, bestond uit gebroken zeeschelpjes en mosselschelpen en was afgezet met lage golvende betonplaatjes. Het liep langs de moestuin met onvervalste poldergrond en langs de boomgaard tot helemaal achteraan bij de kippen- en konijnenren. Dat van die konijnen leid ik af uit de hokken die achteraan de ren stonden, maar voor zover ik me herinner heb ik daar geen konijnen zien rondhuppelen. Aan de zijkant van de ren, in het verlengde van het schelpenpad, stond een merkwaardige boom. Hij boog op een halve meter hoogte 90 graden en groeide zo een heel eind horizontaal door. Vanop die ‘zwevende stam’ sproten scheuten de hoogte in, met aan de takken overheerlijk ruikende kweeperen.

Naar jaarlijkse gewoonte ging ik tijdens de zomermaanden helpen met de ‘grote kuis’. Samen met mijn moeder, nonkel en tante werd dan het hele huis, kelder en ‘stalleken’ incluis, grondig gepoetst. Het was op het einde van een van die schoonmaakdagen dat ik met nonkel P. verzeild raakte in de toen reeds verlaten kippenren. We hadden er om een of andere reden een hele hoop afval (ik vermoed snoeiafval) gestapeld en speelden van ‘vuurkestook’. Toen mocht dat nog. Het vuurkestook ging echter net iets te heftig en voor we er erg in hadden stond de mooie kweeperelaar van Bomma ook in lichterlaaie. We trachtten hem nog te vrijwaren, maar het grootste kwaad was geschied. Toen het vuur gedoofd was zagen we dat een groot deel van de perelaar zwartgeblakerd was. Het zou nooit meer goed komen met de boom, tot grote spijt van Bomma, die wel een boterham met kweepeerconfituur lustte.

Dus uit schuldbesef en een soort ‘Wiedergutmachung’ plantten we drie jaar geleden onze eigen kweeperelaar. Het eerste jaar hadden we welgeteld één peer. Vorig jaar mochten we er een stuk of 10 tellen, wat al bij al niet slecht was in een rampjaar als dat van 2008. Dit jaar had het boompje het echt zwaar te verduren. De rijkswacht zou het wellicht bij 20 houden, maar ik schat dat er zeker zo’n 35 peren in het slechts-een-paar-takken-tellende-boompje hingen. En als je weet dat een kweepeer al gauw een goeie halve kilo kan wegen weet je meteen ook waarom de takken vervaarlijk aan het doorbuigen waren.

Toen ze voor vorig weekend rukwinden en regen voorspelden nam ik het zekere voor het onzekere, haalde mijn laddertje uit de garage en plukte het grootste deel van de oogst. Zo kon het boompje wat op adem komen en was de kans klein dat een rukwind niet alleen de peren maar ook de takken zou beschadigen.

Volgende week zet ik er het mes in en worden ze omgetoverd tot potjes gelei. Lekker voor op de boterham!

20091003_kweeperen_00620091003_kweeperen_00520091003_kweeperen_00420091003_kweeperen_00320091003_kweeperen_00220091003_kweeperen_001

No comments yet.

Leave a comment