wiebertje²

Published by on Sunday 23.08.2009 at 20:31 in familiezaken | overpeinzingen

Deze morgen, even na negenen, stond ik, gewapend met diepgronder en schop, een putje te graven voor Wiebe. We kozen een rustig plekje, achter het kleine haagje aan het tuinhuis. Ik had al een tijdje in de mot dat ons Wiebertje, zoals Lena onze oudste poes steevast noemde, niet meer de oude was. Ze was echter wel veel aanhankelijker de laatste maanden en ik mocht haar zelfs rustig op m’n schoot nemen, waarna zij steeds behaaglijk begon te spinnen.

wiebe

Bij onze terugkeer van de boerderij duurde het even voor we ze terugvonden. Niet dat ze die week verwaarloosd werd, oma Annie zorgt zeer goed voor de poezen, maar misschien miste ze ons toch. Uiteindelijk vond ik haar op de bovenste verdieping van de speeltoren, alias de boomhut. Nadien ging het steeds verder achteruit. Ze had last van een verkoudheid die haar een loopneus en een tranend oog bezorgde. Maar ze jammerde niet en ze genoot nog steeds van onze aanwezigheid als ze tussen de buxusbollen aan het houten terras lag te soezen.

Een week geleden werden we wel heel erg ongerust. We hadden Wiebe al een aantal dagen niet meer gezien. Onze buurman T. zei dat hij haar langs de straat had zien ‘lopen’, manken was het meer. Dat verontrustte ons natuurlijk, want Wiebe is geen ‘straatvaan’. Ze durft al eens langs achteren bij de buren gaan, en zelfs af en toe tot aan T.’s paarden, maar naar de voorkant hebben we ze nooit weten lopen.

wiebeVrijdag belde Marijke me op het werk om te vertellen dat Wiebe terug thuis was gekomen, maar dat ze er erg aan toe was. Ze wankelde, was moe en lusteloos en had een bult op haar kop. Maar ze spinde nog steeds. Ze sliep beurtelings op het matje en op de tegelvloer van het toilet, waar het rustig was. Toen we ‘s avonds met haar in een dekentje naar de ‘dierendokter’ wandelden gaf ik haar niet veel hoop meer. Maar de dierenarts wou haar nog niet zomaar opgeven. Ze had wellicht gevochten en zich niet meer kunnen verdedigen. Die wond tussen de ogen was een ontstoken krabwond en die veroorzaakte ook haar evenwichtsstoornissen. Ze had dus niks gebroken. Maar ze was wel enorm uitgedroogd en verzwakt. Hij gaf haar een sterk antibioticum, verzorgde en ontsmette haar wond en stuurde ons terug naar huis met de opdracht haar veel te laten drinken.

‘Veel’ dronk ze niet, maar ze deed haar best om af en toe van het voorgeschotelde water en melk te likken. ‘s Morgens heeft ze nog even rondgelopen in de keuken, wellicht omdat ze buiten wou. Wiebe heeft nooit in huis geplast, en een kattenbak staat er niet meer sinds ze een buitenpoes werd. De afspraak met de dierenarts van kwart voor twaalf haalde ik niet, want ik zat met de drie oudsten op de rommelmarkt. Achteraf vond ik het heel jammer, want nu moest Marijke op eigen houtje beslissen. Een beslissing die ik daags voordien al in gedachten had en waarvan we de kinderen ook op de hoogte hadden gebracht. Maar Marijke had het er toch moeilijk mee, zeker omdat ze Wiebe na het spuitje niet kon vasthouden omdat Finn in de draagzak zat.

Al spinnend heeft Wiebe ons verlaten. Deze ochtend hebben we ze in stilte van de garage naar de tuin gedragen. Na een laatste aaike, ze was nog even zacht als altijd, wikkelde ik haar in een dekentje en legde haar voorzichtig op de bodem van de put. De put werd gevuld en een steen en stokje houden voorlopig de wacht.

2 Comments to wiebertje²

  1. Chantal says:

    August 25th, 2009 at 9:56 am

    Ontroerend. Wiebertje is nu waar ze moet zijn zou onze poezenmadam zeggen.

  2. F. says:

    August 29th, 2009 at 8:44 am

    Er waren eens drie kleine poesjes: Mieke, Mollie en Poekie Poes. Ze hadden hele zachte velletjes en dartelden vrolijk rond, in en om het huis.
    Op een dag, toen de poesjes deftig aangekleed waren, stuurde hun moeder hen de tuin in. Dan konden ze haar niet voor de voeten lopen terwijl ze thee zette voor het bezoek. “Denk eraan kinderen, houd je kleren schoon. Loop op je achterpootjes en blijf uit de buurt van de vuilnisbak, het kippenhok, de varkens en de familie Kwebbeleend.”
    Mieke en Mollie dribbelden onvast op hun achterpootjes over het tuinpad. Al snel trapten ze op de zoom van hun schortjes en vielen op hun neus. Toen ze overeind kwamen, zaten de witte schortjes onder de groene vlekken.
    “Ga mee in de rotstuin, kunnen we op het muurtje gaan zitten”, zei Mollie. Ze deden hun schortjes achterstevoren aan en sprongen boven op het muurtje. Mollies witte schortje viel op de grond.Poeke Poes kon helemaal niet springen als hij op zijn achterpoten liep en een nauwe broek aanhad. Hij werkte zich met moeite door de varens heen, terwijl de knopen van zijn kleren links en rechts in het rond sprongen. Wat zag hij eruit toen hij eindelijk bovenop het muurtje zat! Mieke en Mollie probeerden hem wat te fatsoeneren, maar zijn hoed viel naar beneden. En daar gingen ook de laatste knopen! Terwijl ze daar zo zaten te hannesen boven op het muurtje, klonk er opeens: kwèk, kwèk, kwak. De familie Kwebbeleend kwam eraan gemarcheerd. Ze liepen keurig op een rijtje en vertelden aan iedereen die het horen wilde dat zij eraan kwamen: kwèk, kwèk, kwak!
    ….

    eindelijk tijd gevonden om jullie een beetje troost te bieden voor het verlies van Wiebe. ‘t Is ‘maar een beest’, maar eens mens kan daar toch niet goed van zijn als die het leven laat. Daarom gewoon een lief vertelske…
    F.

Leave a comment